Sunday, 6 September 2009

SLB Jaar 1 blok 1

SLB Blok 1

Opdracht 1.1
Zoek in de studiegids de 17 competenties en omschrijf deze in eigen woorden. Neem dit op in het SLB-portfolio

Juridisch adviseren
1. Doormiddel van selecteren van juridische relevante feiten en dit zo te formuleren dat in beroepssituaties analyse, tenlastelegging, controle en contra-indicaties makkelijker wordt gemaakt.

Bemiddelen
2. Uitleggen van het juridisch problemen met behulp van de rechtsbronnen wat zorgt voor een mogelijke juridische actie. Dat bij beroepssituatie zorgt voor een analyse van jurisprudentie en een analyse van de nieuwe nationale- en Europese regelgeving.

Belangen behartigen
3. Een beslissing vormen voor een rechtsvraag door middel van juridische argumenten en maatschappelijke factoren. In een beroepssituatie vorm je een beslissing op een ingediende bezwaarschrift,ontwerp je een vonnis en ontwerp je een beslissing die acceptabel is voor alle betrokken partijen.

Reguleren
4. Doormiddel van een diagnose en een beslissing juridische als niet-juridische advies geven. In een beroepssituatie geef je mondeling en schriftelijk juridische advies, financieel en juridisch advies geven en advies geven over het al dan niet toepassen van bestuursdwang.

Juridisch auditten
5. Het verlenen van rechtsbijstand doormiddel van het verzorgen van de juridische belangen. In een beroepssituatie help je bij het ondernemen van juridische stappen, je treedt op als procesgematigde en je stelt processtukken op voor aan te angen of lopende procedures.

Diagnosticeren
6. Het onderhandelen en bemiddelen in een juridisch geschil doormiddel van technieken uit mediation. In beroepssituaties onderhandel je met de betrokken partijen bij een arbeidsgeschil, een geschil tussen belanghebbende handel je af buiten het recht en je helpt bij het opstellen van een echtscheiding.

Overwegen
7. Van de bestaande regelstructuur stel je een nadere regeling in de context. Dit zorgt er voor dat bij beroepssituaties een eigen of andere organisatie reglement op stelt of past bestaande aan met behulp van bestaande modellen.
Je gaat na welke reglementen dienen te worden aangepast en doet een voorstel voor deze aanpassing. Je helpt bij het opstellen van een specifieke CAO voor een bepaalde branche. En het opstellen van een nota dat beleidsvoornemens omvat op basis van een maatschappelijke analyse, landelijke wettelijke kaders en de jurisprudentie over deze kwestie.

Beslissen
8. Op basis van ter beschikking staande materiaal onderzoeken naar een juridische
situatie. In beroepssituaties vertaal je de relevantie van nieuwe regelgeving in instructies voor aanpassing van bedrijfsprossen. Toets bij een bedrijf/klant of de pensioenregelingen in de contracten voldoen aan de wettelijke normen. Onderzoeken in hoeverre het middenmanagement houdt aan de regels die zijn gesteld.

Dossiermanagement
9. Aanleggen en beheren van het juridische dossier.
In beroepssituaties beoordeel
je de juridische en inhoudelijke aspecten van processtukken en ontwerpt een behandeling. Je bewaakt de termijnen waarbinnen beslist moet worden over de verlening van voorarrest. Je zorgt voor de inrichting van zaken en beroepsprocedures zodat behandeling ervan op elk moment kan worden overgenomen.

Informatie management
10. Via juridische databanken raadplegen en selecteren van het recht hierdoor doe je enkele bijdragen aan de totstandkoming en optimalisering van een juridisch informatiesysteem in de eigen organisatie. In een beroepssituatie draag je bij aan de totstandkoming van een optimaal juridisch informatiesysteem. Het maken van een analyse van de nieuwe jurisprudentie. Het opstellen van een nieuwsbrief waarin je de nieuwe rechtsontwikkelingen op de hoogte stelt. Het doen van jurisprudentieonderzoek. Selecteren van alle relevante jurisprudentie uit de databanken.

Kwaliteitsmanagement
11. Kwaliteit van de rechtstoepassing verbeteren doormiddel van het maken van een analyse van de kwaliteitsaspecten en adviezen opstellen voor verbetering ervan. In beroepssituaties geef je advies over hoe een aanvraagformulier naadloos aansluit bij de laatste regelgeving. Door verbetering van Internet zijn alle relevante juridische informatie snel en doeltreffend toegankelijk. En het ontwikkelen van een scholingsplan op juridisch terrein.

Brede multidisciplinaire basis
12. Bij het zelfstandig en actief uitvoeren van de taken actuele en meer vakken of takken van wetenschap inzetten van een beginnende beroepsbeoefenaar.

Sociaalcommunicatieve competentie
13. Samenwerken door middel van intern en extern communicatie en leiding geven aan projecten. Dit gebeurt in multidisciplinaire, multiculturele en internationale omgeving.

Zelfsturende competentie
14. Bij de ingezeten competenties in uiteenlopende situaties zelfstandig, actief en planmatig handelen en reflecteren.

Probleemgerichte competentie
15. Bij het oplossen van complexe problemen in de beroepspraktijk pas je relevante competenties dit zijn kennis en inzicht bij het definiëren, analyseren en oplossen.

Methodische en reflectieve competentie
16. Verzamelen en analyseren van relevante informatie doormidden van het kunnen opzetten en uitvoeren van praktisch onderzoek.

Professionalisering
17. In uiteenlopende beroepssituaties en voortdurend professionaliseren van de eigen beroepsuitoefening functioneren competenties.

Opdracht 1.2
Bij een jurist horen de woorden:
Wetboeken
Competentie 10 Juridisch databank

Rechtbank
Competentie 8 Beslissen

Casus
Competentie 12 Brede multidisciplinaire basis

Rechter
Competentie 3 Belangen behartigen

Advocaat
Competentie 2 Bemiddelen

Rechten
Competentie 12 Brede multidiscipline basis
Cliënten
Competentie 3 Belangen behartigen

Advocaat en procureur
Competentie 13 Sociaalcommunicatieve competentie

Opdracht 1.6:
• Kies een spreekwoord of een gezegde uit welke betrekking heeft op jouw persoon (volgens jouw eigen mening of misschien wel volgens anderen)
• Geef aan wat de kernwaarden zijn van het desbetreffende spreekwoord.
o Zoek bij het spreekwoord persoonlijke en concrete situaties waarin deze waarden ‘zichtbaar’ zijn.
• Voer vervolgens een zelfreflectie uit:
o Ben ik tevreden met deze omschrijving
o Is er een (onderliggende) oorzaak waarom deze waarden bij mij spelen?
Moet ik actie ondernemen om ‘iets’ te veranderen, etc.

-Stille wateren hebben diepe gronden

Alleen omdat een persoon heel stil is betekent dat nog niet dat die persoon ook altijd stil blijft. Op een bepaald moment zal hij/zij ook gaan spreken.

Dit spreekwoord past wel bij mij, ik hoor ook van anderen dat het bij me past. Het komt omdat ik vaak stil en verlegen ben. Maar eigenlijk is dat niet zo. Als je me beter leert kennen weet je dat ik niet zo verlegen ben. Er zijn momenten wanneer ik ook gezellig mee doe.

Ik vind dat het spreekwoord wel bij me past en ben daar wel tevreden mee. Ik hoor vaak van mensen dat ze dachten dat ik best rustig was. Maar nadat ze me iets beter leren kennen weten ze dat het helemaal niet zo is. Ik vind dat je eerst moet nadenken voordat je iets zegt. Want gezegd is gezegd en kan niet meer terug genomen worden. Daarom denk ik meestal goed na voordat ik spreek.

Soms ben ik ook wel verlegen maar meestal kom ik wel uit mijn schulp en doe ik gewoon mee.
Wat ik zou kunnen veranderen is dat ik meer spontaan mee doe en spontaner wordt. Dat zou best goed zijn omdat je vaak ook met een groep werkt en is het beter als iedereen gezellig mee doet.

Opdracht 1.7 Zelfreflectie
Voer de opdracht uit aan de hand van onderstaande vragen en neem dit op in het portfolio

Reflectie op behandelde vaardigheid
1 Kies uit de lesstof die je de afgelopen week hebt behandeld een vaardigheid.
2 Benoem de belangrijkste aspecten van die vaardigheid.
3 Formuleer aan de hand van de aspecten hoe jij de vaardigheid hanteert.
4 Toon aan met behulp van stap 3, in welke mate je de vaardigheid beheerst.
Wat gaat goed? Wat kan beter? Wat is het effect van jouw handelen op een ander?
Geef hierbij twee voorbeelden uit de lessituatie en twee voorbeelden uit je privé-situatie.

1) Het analyseren van een artikel.
Het belangrijkste aspect van het analyseren van een artikel is het vinden van een rechtgevolg. Daarnaast het opsommen van de voorwaarden en kunnen bepalen of de voorwaarden cumulatief, alternatief of een combinatie van cumulatief en alternatief zijn.
3) Het analyseren van een wetsartikel zorgt ervoor dat jet het artikel goed leest en begrijpt. Door de opsomming van de voorwaarden kan je precies zien hoe je een casus op moet lossen en of het aan het eisen voldoet.
4) Het vinden van een rechtgevolg gaat best goed. Meestal zie ik gelijk wat het rechtsgevolg is en schrijf ik hem zonder moeite over. Het opsommen van de voorwaarden kan beter. Vaak lees ik te snel en sla ik voorwaarden over. Bepalen of de voorwaarden cumulatief, alternatief of een combinatie van beide is gaat ook goed. Daar heb ik verder geen moeite mee.
Doordat we allemaal fouten maken en de leraar ons corrigeert leren we daar van en maken we dezelfde fout niet nog eens. Als een medeleerling om uitleg vraagt luistert iedereen mee en zo weten we het ook. Doordat je ook vragen stelt aan je medeleerlingen en hun fouten verbetert en andersom, leer je daar meer van. Vaak hebben ze nog tips hoe je iets het best kunt begrijpen. Misschien omdat ze zelf het beste op die manier begrijpen. Zo ga je ook beter naar jezelf kijken en proberen niet fouten te maken die je al gemaakt hebt en leer je van je fouten.


No comments:

Post a Comment