SLB Blok 4
Arbeidsoriëntatie
Opdracht 1:
10 verschillende functies bij de overheid, de non-profit sector en in het bedrijfsleven, die een HBO-jurist zou kunnen bekleden:
1. Jurist
2. Juridisch advies medewerker
3. Ruimtelijke organisatie
4. Beleidsmedewerker
5. Adviseur
6. Ministerie van Justitie
7.Gerechtssecretaris/parketsecretaris
8. Vergunning verlener
9. Letselschade jurist
10. Consulent
Opdracht 2:
Verdeling organisaties/instellingen:
Profit - Jurist
- Juridisch medewerker
- Letselschade jurist
Non profit - Beleidsmedewerker
- Adviseur
- Vergunning verlener
- Consulent
Overheid - Ministerie van Justitie
- Gerechtssecretaris
- Ruimtelijke organisatie
Kenmerken sectoren:
Profit:
Winst maken
Commerciële doeleinden
Onderlinge concurrentie op markten
Non Profit:
Geen winstoogmerk
Ondersteuning van publieke of private aangelegenheden voor maatschappelijke doeleinden
Geen commerciële doeleinden
Inkomsten uit subsidies, giften, eigen inkomen
Overheid:
Bestaat uit ministeries, provincies en waterschappen, gemeenten
Niet commerciële dienstverlening, geen winstoogmerk
Ambtenaren in dienst
Vacatures:
Profit:
-Jurist Bestemmingsplannen (toetser)
http://www.nationalevacaturebank.nl/zoek/vacatures/2316736/?zoek=invix&page_size=10&page=2&branche=22&trefwoord_and=juridisch
-Juridisch Kwaliteitsmedewerker
http://www.nationalevacaturebank.nl/zoek/vacatures/2327005/?zoek=invix&page_size=10&page=1&branche=22
Non profit:
-Beleidsmedewerker Economische Zaken en Toerisme
functie Beleidsmedewerker Economische Zaken en Toerisme
referentienummer 35991
functiegroep beleidsmedewerker
branche Overheid/non-profit
functie eisen - Je hebt een afgeronde opleiding HBO MER of Rechten - Je hebt visie over het beleidsgebied en toont een grote mate van initiatief en zelfstandigheid - Je beschikt over een klantgerichte, flexibele en enthousiaste werkhouding.
condities Werken bij Maandag® biedt naast de inhoudelijke uitdagingen van de functie nog een aantal extra voordelen. Allereerst profiteer je van een prima arbeidsvoorwaardenpakket. Daarnaast kun je jezelf ontplooien door gerichte, vakinhoudelijke ondersteuning en vervolgopleidingen.
ervaring 0 - 2 jaar
salarisomschrijving Marktconform
niveau HBO
uren 32 - 40 uur
datum 15-05-2008
recruiter naam Wendy Smit
recruiter tel 072 - 7508 282
vestiging Alkmaar
regio Noord-Holland
-Junior Regio Medewerker
http://www.nationalevacaturebank.nl/zoek/vacatures/2325492/?zoek=invix&page_size=10&page=1&branche=22&trefwoord_and=juridisch
Overheid:
-Ministerie van Justitie, Dienst Terugkeer en Vertrek
(6 vacatures)
Ministerie van Justitie, Dienst Terugkeer en Vertrek,
Rijswijk
Vacaturenummer DT&V/P&O/014/2008
Publicatiedatum: 29/05/2008
Sluitingsdatum: 11/06/2008
De functie
Functieomschrijving:
Als medewerker Laissez-passer vraagt u (vervangende) reisdocumenten aan en handelt u deze aanvragen vervolgens af. U onderhoudt de dagelijkse contacten met diplomatieke vertegenwoordigingen over de indiening, voortgang en intrekking van deze aanvragen. U controleert of de aanvragen voldoen aan de inhoudelijke kwaliteitseisen. U begeleidt, met collega’s van onze dienst, de presentatie van vreemdelingen aan de desbetreffende diplomatieke vertegenwoordigingen. Vanuit de uitvoering signaleert u noodzakelijke aanpassingen in de werkwijze of strategie ten aanzien van bepaalde landen en stelt u daartoe verbeteringen voor.
Functie-eisen:
U heeft een hbo+-niveau en kennis van de Vreemdelingenwet 2000. Ook heeft u kennis van de interne processen binnen de Dienst Terugkeer en Vertrek, evenals kennis van moderne talen. U kunt goed samenwerken, u kunt zich verplaatsen in de beleving van anderen en u heeft een goed leervermogen. Overige belangrijke competenties zijn een multicultureel en omgevingsbewustzijn, professionele integriteit en aanpassingsvermogen.
Werk-/denkniveau: Bachelor - HBO
Arbeidsvoorwaarden:
Salarisniveau: schaal 9, schaal 10
Minimum salaris: € 2349 bruto per maand
Maximum salaris: € 3776 bruto per maand
(Het genoemde salaris is gebaseerd op een volledige werkweek.)
Dienstverband: Direct vaste aanstelling
Maximaal aantal uren per week: 36
Overige arbeidsvoorwaarden:
De Dienst Terugkeer en Vertrek kent uitstekende secundaire arbeidsvoorwaarden, zoals opleidings- en studiefaciliteiten, individuele keuzemogelijkheden in het arbeidsvoorwaardenpakket en ouderschapsverlof.
-Juridisch medewerker RO
functie Medewerkers Ruimtelijke Ordening (junior/medior/se
referentienummer 05060803
functiegroep beleidsmedewerker
branche Overheid/non-profit
functie eisen - HBO-/WO-niveau, bij voorkeur HBO MER, WO Rechten, Staats- en Bestuursrecht en/of WO Planologie - Minimaal 1 jaar relevante (stage) ervaring - Flexibel, representatief, enthousiast en pro-actief
condities Werken bij Maandag® biedt naast de inhoudelijke uitdagingen van de functie nog een aantal extra voordelen. Allereerst profiteer je van een prima arbeidsvoorwaardenpakket. Daarnaast kun je jezelf ontplooien door gerichte, vakinhoudelijke ondersteuning en vervolgopleidingen.
ervaring 0 - 2 jaar
salarisomschrijving Marktconform
niveau HBO
uren 32 - 40 uur
datum 05-06-2008
recruiter naam Ronald Bloem
recruiter tel 058 - 750 15 15
vestiging Leeuwarden
regio Friesland
Opdracht 3 en 4:
Mijn ideale baan.
Mijn ideale baan is nog niet helemaal zeker. Ik weet wel al welke kant ik ongeveer op wil. Ik denk dat we in het tweede jaar van deze opleiding kennis zullen maken met nieuwe rechtsgebieden, en dat we dan een breder beeld krijgen van rechten. Voordat ik met deze opleiding begon wist ik niet dat er zoveel kanten van het recht bestond. Ik dacht dat je gewoon advocaat werd en dat was het dan. Maar ik heb geleerd dat je niet per se advocaat hoeft te worden. Je kunt bijvoorbeeld zelfs een notaris worden en als je je dieper verdiept misschien ook rechter. Dus als je advocaat wilt worden ben je nog niet klaar. Na die beslissing moet je nog gaan kijken welke rechtsgebied je het meest interesseert.
Mijn interesse ligt bij strafrecht en economisch recht. De laatste gaat voor mij wat moeilijker omdat ik niet een economisch wonder ben maar ik geloof dat je daar aan kunt werken. Ondernemingsrecht vind ik best interessant tot mijn verbazing. En stafrecht hebben we nog niet gehad maar het trekt me wel aan. Misschien dat het tegen valt als we er eenmaal aan beginnen. Als ik me verder in strafrecht zou verdiepen zou ik later een baan willen bij het OM of het Ministerie van Justitie. Het lijkt me leuk om ervoor te zorgen dat mensen die een straf verdienen, die ook daadwerkelijk krijgen. En dan sta je aan de kant van ‘the good guys’. Tenminste dat is hoe ik het zie. Want als je een zelfstandige advocaat wordt en je krijgt cliënten die niet 100% onschuldig zijn is dat niet juist. En als je dan aan de andere kant staat en je probeert juist de straf op te leggen in plaats van de straf te verminderen lijkt dat me erg leuk. Een strafjurist zou in dit geval wel kunnen. Ik heb een vacature gevonden die me wel aansprak. Maar een beginnende jurist met een HBO Bachelor zou dit niet kunnen doen, maar ik ben ook van plan om mijn Master ook te behalen. Bij deze baan heb je ervaring nodig dus alweer zou een beginnende jurist niet geschikt zijn. Maar aangezien een droombaan een baan is die je niet al te snel kan vinden, of misschien wel, ging ik ervan uit dat deze vacature toch zou kunnen.
Vacature 1:
Strafjurist
Rechtbank Haarlem (Haarlem)
Functieomschrijving
Als stafjurist in de Strafsector adviseert en informeert u de afdeling gevraagd en ongevraagd over relevante ontwikkelingen op het vakgebied. Zo nodig voert u daarvoor onderzoek uit. U bevordert kennisuitwisseling en werkt hierbij nauw samen met de kwaliteitsrechter van de Strafsector. U fungeert als klankbord en als vraagbaak voor het management van de Strafsector, de rechters en de secretarissen. U weet precies wat er in de sector en daarbuiten speelt door onder meer het ontwikkelen en het onderhouden van netwerken. U initieert en organiseert jurisprudentiebesprekingen en interne cursussen. Samen met de collega-strafjurist, de teamvoorzitters en de coördinerend secretarissen bent u verantwoordelijk voor de optimale inrichting van de werkprocessen van de zittingsteams. Samen met de sectorleiding zorgt u voor een juiste invulling van de sectorale werkprocesbeschrijvingen.
Functie-eisen
U beschikt over een afgeronde universitaire studie Nederlands recht met specialisatie Strafrecht en zeer ruime ervaring op het gebied van het Strafrecht. U bent een excellent jurist en neemt graag initiatieven en treedt daarbij zelfverzekerd en daadkrachtig op. U signaleert vroegtijdig ontwikkelingen in jurisprudentie, wetgeving en dergelijke en weet met de juiste vakinhoudelijke kennis en argumenten anderen, onder wie ook rechters, te overtuigen van uw inzicht en vakkennis. U bent een vraagbaak. U kunt onder hoge werkdruk werken, maakt tempo, waarbij kwaliteit/zorgvuldigheid en kwantiteit in balans zijn. U stelt tijdig de juiste prioriteiten. U hebt een uitstekend analytisch vermogen. U kunt goed samenwerken met professionals in verschillende functies. Uw wijze van communiceren is open en toegankelijk. Het mondeling en schriftelijk presenteren van informatie (bijvoorbeeld in
jurisprudentie-overleggen) gaat u gemakkelijk af. Communicatie is u kort gezegd met de paplepel ingegoten. U kunt zich zowel mondeling als schriftelijk uitstekend uitdrukken.
Bron: http://www.werkenbijhetrijk.nl/vacatures/detail/stafjurist/index.cfm?vacature_id=9VMS9DUI&adm_pin=01700
Motivering:
Dit lijkt me gewoon heel leuk om te doen. Adviezen uitbrengen en vragen beantwoorden met betrekking tot strafrecht. Het lijkt me wel erg pittig, maar een uitdaging maakt het juist interessant.
Vacature 2:
Bedrijfsjurist Internationale Contracten
Geplaatst op: 29-05-2008
NIG Ondernemingsrecht is gespecialiseerd in de bemiddeling van ervaren Bedrijfsjuristen/ Legal Counsel voor juridische interim functies. Voor het uitvoeren van interessante opdrachten zijn wij continue op zoek naar juristen met een brede ondernemingsrechtelijke achtergrond. Je treedt bij ons in vaste dienst als Interim Bedrijfsjurist en bent als medewerker van ons Legal Team op tijdelijke basis werkzaam bij onze opdrachtgevers in de top 500 van het bedrijfsleven. De bedrijven hebben veelal een juridische afdeling. Op deze afdelingen is steeds vaker behoefte aan tijdelijke ondersteuning van een jurist met ondernemingsrechtelijke ervaring.
Ter uitbereiding van ons team, zijn wij op zoek naar een:
Bedrijfsjurist internationale contracten
Wat bieden wij jou?
Bij NIG Ondernemingsrecht zijn afwisseling, persoonlijke ontwikkeling en aandacht de sleutelwoorden.
Door onze manier van werken krijg je via een vast contract de mogelijkheid om in veel verschillende keukens van toonaangevende organisaties een kijkje te nemen en de sfeer van de uiteenlopende bedrijfsculturen te proeven. Met jouw kennis en ervaring, die uiteraard de basis vormen voor je opdrachten, kun je bij onze opdrachtgevers ook kennis en ervaring opdoen met voor jou nog onbekende rechtsgebieden. Uiteraard overleggen we met jou waar je voorkeuren en ambities liggen bij het zoeken naar opdrachten.
Als Interim Bedrijfsjurist maak jij bij onze opdrachtgevers veelal deel uit van een team en ben je preventief en proactief aan het werk. Je signaleert problemen en lost deze direct op. Binnen zo’n team werk je ook vaak met niet-juristen en ga je op zoek naar de beste bedrijfsjuridische oplossing, waarbij het afwegen van bedrijfsrisico’s van groot belang is. Dit maakt dat je werk dynamisch en uitdagend blijft.
Wij geven je persoonlijke begeleiding en bieden een thuisbasis waarop je altijd kunt terugvallen. Daarnaast vinden wij het belangrijk dat collega’s ook van elkaar leren door ervaringen uit te wisselen. Dit maken wij mogelijk door regelmatig (informele) bijeenkomsten te organiseren. Vanzelfsprekend blijven wij investeren in jouw ontwikkeling als professional. Wij bieden een individueel opleidingstraject dat onder andere de mogelijkheid geeft tot het volgen van een opleiding bij de Grotius Academie.
Wat vragen wij van jou?
Naast veel enthousiasme en een dosis flexibiliteit is het belangrijk dat je minimaal 4 jaar juridische werkervaring hebt opgedaan binnen de advocatuur en/of het bedrijfsleven.
Bron: http://www.nigondernemingsrecht.nl/Modules/VacatureCtrl/NewsView.aspx?ItemID=39&mid=32
Motivering:
Dit spreekt me aan omdat je in een groot bedrijf werkt. Voor en bedrijf werken lijkt me erg interessant. Omdat je in zo een dynamische plek werkt zal het nooit saai worden. Ik denk dat je hier ook veel leert over het bedrijfsleven.
Opdracht 5:
Belangen behartiging:
Een HBO-jurist moet belangen van zijn cliënt kunnen behartigen. Als een cliënt bij een jurist aankomt met een probleem, dan moet de jurist de cliënt kunnen geven wat hij verlangt.
Een cliënt komt bijvoorbeeld met een probleem, en dat is dat hij nog een vordering heeft op iemand. En hij wil zijn geld. Het belang van de cliënt is dat hij zijn geld krijgt. Als jurist moet je nu ervoor gaan zorgen dat je cliënt krijgt wat hij wilt. Je moet je cliënt verdedigen.
Dit is denk ik wat een jurist over het algemeen doet. Een jurist wilt zijn klanten zo goed mogelijk helpen.
Mediation:
Bij mediation speel je eigenlijk een bemiddelaar. Dus als jij een cliënt hebt dat kun je er ook voor kiezen om tussen de partijen te bemiddelen. Je kunt ook als onafhankelijke derde bemiddelen tussen partijen. Bij bijvoorbeeld echtscheidingen, familieruzies, arbeidsconflicten, of zakelijke conflicten kun je optreden als derde. Mediation is een goede manier van conflictoplossing. Zo hoeft het niet altijd te eindigen in de rechtbank. De mediator neemt zelf geen standpunt aan dus is hij niet bevooroordeeld. Ik denk dat dit een hele goede methode is omdat partijen hier samen een oplossing zoeken en zo samen tot een oplossing komen waarbij ze beide tevreden mee zijn. Zo zijn alle betrokkenen tevreden. Zo krijg je een win-win situatie en in rechtszalen is dat meestal niet zo. Mediation is nu ook een baan op zich geworden. Een HBO-Jurist zou deze functie kunnen vervullen.
Adviseren:
Adviseren is misschien wel een van de belangrijkste functies die een jurist moet kunnen beheersen. Juristen worden namelijk opgeleid om adviezen te kunnen uitbrengen. Dat is het product dat juristen bieden, wat ze verkopen. Ze verkopen hun kennis aan de hand van adviezen. Veel juridische kantoren bieden zowel schriftelijke als telefonische adviezen.
We hebben laatst nog kennis gemaakt met medewerkers van DAS Rechtsbijstand dat ook adviezen geeft aan hun klanten. Dit is meestal veel goedkoper dan een advocaat en toch even efficiënt. Werken bij rechtsbijstand bedrijven is een optie. En wat je daar dus vooral doet is adviseren.
Auditten:
Bij auditten moet je nieuwe regelgeving kunnen signaleren. En vervolgens moet je in staat zijn om de gevolgen van die nieuwe regelgevingen na te gaan. En ook een instructie maken hoort erbij.
Je zou bijvoorbeeld kunnen toetsen of contracten voldoen aan wettelijke normen.
Reguleren:
Bij reguleren moet je regelingen maken in de context van al een bestaande regelstructuur. Als je bijvoorbeeld bij een bedrijf werkt en er komt nieuwe regelgeving, dan moet je kunnen zien welke regelingen binnen het bedrijf aangepast moeten worden en een voorstel doen om deze aan te passen. Een ander voorbeeld is beleidsnota opstellen als beleidsmedewerker. Zelf opstellen van een CAO voor een bepaalde branche als juridisch medewerker is een mogelijkheid.
Opdracht 6:
Strafjurist:
1. Sociaalcommunicatieve competentie
2. Probleemgerichte competentie
3. Juridisch adviseren
4. Professionalisering
1: De wijze van communiceren is open en toegankelijk. Het communiceren zowel schriftelijk als mondeling moet gemakkelijk gaan.
2: Je moet goed naar het probleem kijken. En vervolgens probleemgericht te werk gaan. Je moet dat probleem zo goed mogelijk aanpakken en hem zien op te lossen. Je moet problemen snel kunnen herkennen.
3: Adviezen geven in het gebied van strafrecht is hier essentieel. Daar gaat de baan over. Als het nodig is moet je ook onderzoek doen naar ontwikkelingen in het gebied.
4: Je moet je verdiepen in het strafrecht en alle aspecten er van kennen. Je moet een professional zijn in het gebied van strafrecht.
Bedrijfsjurist Internationale Contracten:
Professionalisering
Bemiddelen
Diagnosticeren
Overwegen
1: Je moet hier in een professional zijn in het bedrijfsleven en je verdiepen in ondernemingsrecht.
2: Bemiddelen tussen bedrijven is erg belangrijk in dit vak. Je gaat hier zoeken naar problemen en die oplossen. En dat kan aan de hand van bemiddelen.
3: Je moet goed de problemen kunnen zien en onderscheiden van het geheel. Je moet goed een diagnose kunnen opmaken. Goed naar de casus kijken en gelijk zien wat het probleem is en wat niet.
4: Je moet goed een overweging kunnen maken tussen de oplossing die je bedenkt. Je moet kijken wat het beste is voor het bedrijf en daar moet je overwegingen voor kunnen maken.
Verslag Debatwedstrijd
Op maandag 26 mei 2008 om 08.45 tot 12.30 uur was er in de aula een sportdebat wedstrijd waar de SLB klassen het tegen elkaar op namen.
Voorafgaand aan de wedstrijd werden er 2 studenten gekozen die de groepen zouden vertegenwoordigen tijdens de wedstrijd. Bij ons werden dat Jeffrey en Hamza. Er waren een aantal stellingen waarbij wij informatie moesten zoeken die relevant zou kunnen zijn. Iedereen kreeg een stelling en moest vervolgens Jeffrey en Hamza een mail sturen met hun argumenten als hulp.
Het debat begon met de eerste ronden waarin de volgende stellingen ter sprake kwamen:
Mensen met overgewicht moeten meer premie betalen voor hun ziektekostenverzekering
Wie geen donor is, mag ook geen donororgaan ontvangen als hij dat nodig heeft
Nederland moet de Olympische Spelen in China moeten boycotten
Nederland moet sociale dienstplicht invoeren
Het is een goed idee om ‘loktieners’ tegen drankverkoop tegen minderjarigen in te zetten
Gewelddadige videogames moeten verboden worden
Het geld dat aan het Koninklijk Huis wordt besteed zijn zinnige uitgaven
Het publiek mocht stemmen of zij voor of tegen de stelling waren en ook welke koppel het sterkst was.
Er waren 14 koppels die meededen aan de eerste ronde. Ons team kwam door de eerste ronde en ging toen door naar de kwartfinales. Toen waren er nog maar 8 koppels over. De stellingen waren als volgt:
Nederland moet wel ontwikkelingshulp verstekken aan landen geen democratische gekozen regering aan de macht is
De NAVO moet ingrijpen als een regime geen hulp aan zijn burgers biedt na een natuurramp
De Nederlandse rechters zouden hogere schadevergoedingen moeten toekennen bij medische missers
Er moet een algemeen drugsverbod komen in Nederland
Nogmaals was ons team sterker en gingen we door naar de halve finales. De stellingen waren als volgt:
Levenslang veroordeelden moet het recht krijgen op euthanasie
Het is gerechtvaardigd om terroristen te martelen
Jeffrey en Hamza kregen de 1e stelling. Helaas was de oppositie sterker en verloren we dit keer. We werden wel 3e en dat is al niet niks. We zijn best ver gekomen en daar zijn we best trots op. Wat alleen we jammer was, dat we geen aanwijzingen konden geven aangezien het op podium was. Dus Jeffrey en Hamza stonden er over het algemeen alleen voor.
Als finale stelling was: Nederland moet juryrechtspraak invoeren
Uiteindelijk hadden 2 meisjes gewonnen. Ik vond het wel terecht, ze waren namelijk erg sterk met hun argumenten en ook overtuigend. Ze kregen een beker en wettenbundels voor volgend jaar als prijs.
Verlag gastcollege DAS Rechtsbijstand
Op maandag 2 juni 2008 hadden we een gastcollege. Er kwamen twee mevrouwen van DAS Rechtsbijstand. Ze kwamen ons het een en het ander vertellen over deze organisatie en wat werken bij DAS inhield. Er werd ons ook verteld dat je sinds kort voor een LAP plaats ook bij DAS terecht kon. Dit hadden ze speciaal voor de Haagse hoge school gedaan. Je zou dan werken bij hun afdeling in Rijswijk.
Het begon met uitleg over DAS, wat ze deden, in welke rechtsgebieden ze werkzaam waren en dat ze de grootste juridische hulpverlener van Nederland waren. Het hoofdkantoor van DAS ligt in Amsterdam. En naast rechtsbijstandverzekering wordt er ook betaald juridisch advies aangeboden. Er zijn 400 juridische specialisten die allemaal verspreidt zijn over verschillende rechtsgebieden. Die 400 specialisten behandelen per jaar ongeveer 81000 zaken.
De zaken gaan meestal over dingen zoals burenruzies, ontslagzaken, conflicten over bouwvergunningen en geldbeleggingen, tot discussies over verkeersongevallen. De meeste zaken gaan toch wel over verkeersongevallen. De meeste van deze zaken behandelt DAS zelf, zo een 90 %. De overige zaken worden door advocatenkantoren waar DAS afspraken mee heeft afgehandeld. De oorzaak dat DAS deze zaken niet kan behandelen ligt bij het geld bedrag dat wettelijk vastgelegd is.
Naast juridisch advies heeft DAS ook een telefonische advieslijn. Daar zitten juristen achter telefoons en geven ze mondeling advies aan klanten die dat nodig hebben. Dat gaat snel en effectief.
De voordelen van DAS zijn bijvoorbeeld dat ze een veel lager tarief hebben als het gaat om advies. Bij advocaten kantoren betaal je al snel 250 euro per uur terwijl dat bij DAS rond de 90 euro ligt. En hun kennis ligt verspreid over ruim 40 specialismen.
Verder werden er ook vragen gesteld over DAS. Er werd onder andere gevraagd hoeveel je bij DAS zou verdienen. Er werd verteld dat je al snel veel meer zou verdienen omdat je steeds hogerop zou komen.
Wat ook werd verteld was dat je een 3 jarige opleiding kon doen bij DAS. Je werd dan opgeleid en zo werd je een specialist. Je zou dan onder een begeleider je eigen klanten krijgen. Daarnaast moest je cursussen doen om je kennis te verbreden. Je zou dan dagelijks contact met je klanten hebben en moest hun ook voorzien van juridisch advies.
Ik vond het gastcollege eigenlijk wel interessant. Het was weer eens wat anders dan een advocaat. Dat hebben nu al best vaak gehoord en het is voornamelijk het zelfde verhaal. Dus dit college was dan weer wat anders. De twee gasten waren aardig en ze presenteerden goed. Het duurde ook niet zo lang, het duurde maar drie kwartier. Er was ook nog een student die ervaring had met DAS Rechtsbijstand. Hij had een keer een auto ongeluk en werd toen erg goed en snel geholpen door DAS. Dat was ook erg leuk om te zien dat mensen werkelijk zo tevreden waren over DAS.
Opdracht 7
Blokevaluatie en Jaarontwikkeling
Het jaar begon met blok 1. Het was voor ons allen een nieuwe start en een nieuwe opleiding. Ik had HBO Rechten gekozen maar wat het eigenlijk precies inhield, daar had ik niet zo een goed idee over. Ik denk dat ik het anders had verwacht, je krijgt een ander beeld mee door de media. Je hoort altijd over grote strafzaken en grote namen zoals Moscovich. En door films uit Amerika en advocaten series. Maar niets is minder waar. Ik heb beleefd dat rechten wel anders was dan ik had verwacht. Maar het viel me niet tegen, ik vond het nog steeds interessant en leuk.
We begonnen met inleiding recht. Dat was heel algemeen wat het recht in Nederland inhield, waarom wetten bestonden. Mevrouw van Gorkem was heel goed en haar lessen waren altijd erg leuk. Ze gaf goed les en wat ze uitlegde snapte ik ook heel goed. Maar toch heb ik het vak Inleiding recht niet gehaald. Ik heb er een vijf voor gehaald. Ik denk dat het komt omdat ik niet altijd me huiswerk deed en niet heel het boek bestudeert heb. Maar ook omdat het nieuw was en ik nog niet zoveel van recht wist. Ik moet hem nu in augustus herkansen en ik denk dat ik het dit keer wel haal. Want nu we een heel jaar recht achter de rug hebben weet ik wel het een en het ander van recht. Nu moet het wel gaan lukken.
We kregen ook juridische vaardigheden van meneer Freeke. Hierbij ging het vooral om hoe je wetsartikelen moest vinden en ze toetsen en een regelanalyse kunnen maken. In het begin vond ik dit best moeilijk, daarom had ik de eerste keer een onvoldoende. Maar met de herkansing heb ik dit erg goed geoefend en heb ik toch een acht gehaald. Verder kregen we ook IHR 1. Het eerste blok IHR ging nog niet om samenwerken. Het ging vooral om artikelen zoeken en analyseren. We kregen niet vaak les doordat meneer Brouwers vaak afwezig was. Dit was erg vervelend. Want we moesten wel een opdracht maken en inleveren. Maar meneer Brouwers keek niets na, mijn opdracht werd daarom ook beoordeeld met een vier. Toen ik bij meneer Freeke langsging beloofde hij me om het opnieuw na te kijken omdat er niet bekend was wie mijn opdracht beoordeeld had. Ik kreeg uiteindelijk een zes. Verder hadden we ook SLB voor het eerst. We kregen dat van meneer Ponte, alleen kregen we maar een les. Meneer Ponte was ook nooit aanwezig. In totaal hebben we maar een keer SLB gehad het eerste blok. Dat was wel vervelend omdat we nu achter liepen op de andere studenten. Ook hadden we taalvaardigheid waar onze spelling werd getest. Ook moesten we een rapport schrijven over een onderwerp die je zelf mocht kiezen. We moesten leren hoe we een rapport op moesten stellen. Dit ging ook redelijk en ik behaalde een zes.
Blok een verliep dus eigenlijk wel moeizaam, omdat docenten niet kwamen opdagen maar ook omdat alles nog nieuw was.
Toen was het alweer blok twee en daarmee kwamen er weer nieuwe vakken. Dit keer pittiger en moeilijker. Staatsrecht en bestuursrecht waren dit keer de moeilijkste vakken. Bestuursrecht vind ik nog steeds wel ingewikkeld. Staatsrecht was eigenlijk niet zo heel moeilijk, maar omdat de colleges erg saai waren ben ik daar niet vaak geweest. Het eerste tentamen van staatsrecht was ik ziek en kon ik niet meedoen. Bij de herkansing had ik me gewoon niet goed voorbereid en haalde ik een vier. Bestuursrecht had in daarentegen wel bestudeerd maar behaalde maar een vijf. Ik denk dat ik het toch beter moet gaan bestuderen. Meneer Koot was eigenlijk erg vervelend, hij maakte steeds gemene opmerkingen die beledigend waren. Daarom vond ik zijn werkcolleges helemaal niet goed.
SLB in dit blok ging wel door. We kregen een nieuwe begeleider omdat meneer Ponte gestopt was bij de HHS. We kregen Monique Bil-Meijer, ook gaf ze groepsdynamica. Zij was wel erg aardig en levendig en haar lessen waren leuk. We moesten de opdrachten van blok een inhalen en die van blok twee ook maken. Groepsdynamica colleges waren wel leuk, maar het vak zelf vind ik een beetje overbodig. Daarom heb ik het niet gehaald. Nu hebben we in plaats van een herkansing in augustus een vervangende opdracht. Je moet je IHR groep analyseren aan de hand van theorieën. Je moet vergaderingen filmen en daar ben ik al klaar mee. Nu moet ik zorgen dat ik het zo goed mogelijk doe en een voldoende krijg. IHR 2 was weer anders. We moesten voor het eerst samenwerken, en dat ging best aardig. We konden elkaar nog niet nog zo goed dus iedereen was wel een beetje terughoudend. Maar iedereen deed zijn taak en uiteindelijk hebben we een acht gehaald. Onze begeleider was mevrouw Taselaar, en we kregen eigenlijk niet veel van haar mee. Verder kregen we informatiemanagement van meneer Kuru. Informatiemanagement ging over hoe we het beste bestanden konden opslaan. We konden zo zien hoe we later met dossiers moesten omgaan omdat het belangrijk was om overzichtelijk te werken. Zo zouden we ons werk sneller en beter kunnen verrichten. Dit vak was eigenlijk ook een beetje overbodig, ik behaalde wel een negen. Meneer Kuru gaf wel altijd goed en leuk les. Dit blok behaalde ik staats en bestuursrecht niet en tevens groepsdynamica niet. En dat was best zwaar aangezien dat in totaal achten punten bedraagt.
Blok drie hadden we weer een moeilijk vak; inleiding burgerlijk recht. Maar leuk vond ik het wel. Bij het tentamen had ik een vijf en de herkansing een zeven. Dit keer had ik het dus wel gehaald en daar ben ik blij om, want het zijn vijf studiepunten waard.
Procesrecht vond ik ook best moeilijk, ik had een 4.4. De herkansing is 20 juni en ik en van plan om goed te studeren en deze te halen.
We kregen weer een vak dat ik een beetje raar vind; administratieve organisatie. Hier ging het een beetje om hoe organisaties in elkaar zitten. Ik behaalde wel een 6.4. Ik had er eerlijk gezegd niet echt voor geleerd, maar het was meer logisch nadenken. Ook hadden we taallounge, en ging het alweer om spelling en grammatica. Ik behaalde een zeven, het tentamen was best makkelijk. IHR 3 was dit blok weer anders dan in de voorgaande blokken. We moesten zelf op zoek naar een casus bij een advocaat en moesten die vervolgens oplossen. Het moest wel gaan om het burgerlijk recht. Het vinden van een casus viel niet mee. Dit kwam omdat we binnen een week met een casus moesten komen en advocaten geen tijd hadden om zo snel een casus te regelen. Toch kwam Lana gelukkig wel met een goede casus en konden we aan de slag. Onze begeleider was meneer Mouthaan en ik vond hem erg behulpzaam. Hij wees ons vaak op dingen maar eigenlijk was dat niet nodig omdat we het al hadden staan. De samenwerking ging ook een stuk beter omdat we elkaar nu wel konden en we wisten allemaal wat we deden. Ook moesten we voor het eerst presenteren. Daar keek ik wel naar uit omdat het me leuk leek. We deden het in de vorm van een rollenspel. Dat viel in de smaak bij het panel en we kregen er een 8.5 voor. We waren al best snel klaar en hadden een 7 voor het gehele project. Verder hadden we voor SLB weer een nieuwe begeleider. Eigenlijk vond ik dat helemaal niet leuk omdat we tot nu toe steeds een nieuwe docent kregen. We kregen mevrouw Plugge. In het begin leek ze me streng, en dat was ook wel een beetje zo. Maar dat kwam meer omdat wij achter liepen en ze wou dat we gewoon op schema waren. We hadden de vorige blokken niet veel gedaan. Maar mevrouw Plugge was eigenlijk wel goed en aardig. Dus de lessen werden na een tijdje ook een stuk beter. En omdat ze zelf student geweest is kregen we een beter beeld over de studie.
Toen was blok drie ook alweer afgelopen en begon blok vier waar we momenteel nog inzitten.
Dit blok kregen we vakken waarvan ik dacht; waarom moeten we dit leren. Vakken zoals zelfregulering waarvan ik nog steeds niet begrijp waar het over gaat. Dat wordt gegeven door meneer Groot en Bemmelen. Overheidsmarkt toezicht is ook een vak dat ik niet zo begrijp. Ook dat krijgen we van meneer van Bemmelen. Ik hoop maar dat ik me tentamens haal, dat heb ik wel nodig. Ondernemingsrecht is op zich best interessant, alleen wel een beetje saai. Dat komt misschien ook wel door de colleges van meneer Groot. Hij weet heel veel over dit vak maar hoe hij soms uitlegt is wel ingewikkeld. Ook bedrijfsadministratie is nieuw en meer gebaseerd op economie. We moeten leren hoe we balansen opstellen en dat is soms niet even makkelijk. Ik ben namelijk nooit heel goed geweest in wiskunde en economie en heb bewust rechten gekozen omdat het daar niet voorkwam. Maar toch achtervolgt deze nachtmerrie mij. Ik ga zo goed mogelijk oefenen en hoop dat ik dit vak haal. Vorig jaar heb ik economie ook goed geoefend en heb toch een zeven weten te halen dus dit moet ook lukken. Nu bij IHR 4 kregen we nieuwe groepen. Dat vond ik eerst niet zo leuk omdat we net gewend waren met samenwerken. En nu moesten we opeens met andere mensen samenwerken. Maar nu vind ik dat eigenlijk best goed en leuk. Omdat je gewoon moet leren om met andere mensen te werken. Het lijkt alsof dit blok van IHR het makkelijkst is van alle vier. Het gaat echt heel soepel in mijn groep. Ik zit met gezellige mensen die allemaal hun taak doen en alles verloopt spoedig. We zijn eigenlijk al bijna klaar. We moeten weer presenteren en daar kijk ik weer naar uit.
Dit blok van SLB verliep ook erg goed. We hadden een groot debat en dat was toch we leuk om mee te maken. Onze groep is derde geworden en daar zijn we wel trots op. Ook qua begeleiding was het dit blok beter. Het was ook veel gezelliger. We hebben onze laatste SLB bijeenkomst gehad. We zijn iets gaan drinken in een café en hebben het jaar besproken. Mevrouw Plugge blijft onze begeleider volgend jaar en dat vind ik fijn. Vooral omdat we nu een contactpersoon hebben en we haar nu al een beetje kennen.
Verder hoop ik mijn tentamens van dit blok te halen zodat ik volgend jaar terug kan komen want ik wil heel graag blijven. Ik vind rechten toch wel erg leuk.
Overige opdrachten
Opdracht 5.11
Voor- en nadelen van werklocaties
Werklocatie In een stad
Nadeel
1: Je staat vaak in de file omdat er s’ochtends en rond spitsuur steeds meer mensen met de auto gaan.
2: Er is meer concurrentie onderling van de bedrijven. Aangezien er meer bedrijven gevestigd zijn in steden.
Voordeel
1: Je bent meer toegankelijk. Er zijn veel meer mensen in de stad en zo heb je misschien wel meer klanten.
2: Je kunt in de stad meer contacten creëren omdat er meer bedrijven zijn.
Op het platteland
Nadeel
1: Omdat er minder mensen in de stad wonen, kan het zo zijn dat je minder klanten aantrekt.
2: Je kantoor of bedrijf kan minder snel te vinden zijn of minder toegankelijk omdat je verder van de stad vandaan zit.
Voordeel
1: Je staat niet elke dag eindeloos in de file om naar je werk te vertrekken.
2: Je hebt minder concurrentie omdat hier minder bedrijven en kantoren zijn gevestigd.
In de regio
Nadeel
1: Je moet langer naar je werk reizen en vaak ook met file’s en met het openbaar vervoer is het vaak druk.
2: Je maakt geen nieuwe ervaring omdat je voornamelijk hetzelfde doet en op dezelfde plek.
Voordeel
1: Je bent niet lang onderweg naar je werk. Als je in de regio werkt ben je toch overal dichtbij.
2: Je maakt veel contacten met mensen over de gehele regio.
In het buitenland
Nadeel
1: Je bent in een vreemd land waar je misschien de cultuur en taal niet goed kent.
2: Je mist thuis en dat kan effect hebben op je werkprestaties.
Voordeel
1: Je krijgt een goede en leerzame ervaring doordat je in het buitenland werkt.
2: Je krijgt inzicht in bedrijven in het buitenland en leert hoe het daar te werk gaat.
Opdracht 5.12
Organisatiekenmerken
organisatiekenmerk Werken bij een kleine organisatie (<25>
Is aantrekkelijk omdat
1. Je krijgt meer taken en kan veel meer verrichten.
2. Je voelt je op je gemak omdat je veel mensen kent.
3. Je kunt dingen snel gedaan krijgen omdat iedereen binnen bereik is.
Is minder aantrekkelijk omdat
1. Je hebt niet veel contacten op je werk.
Werken bij middelgrote organisatie (25- 100 werknemers)
Is aantrekkelijk omdat
1. Je maakt veel contacten.
2. Je kunt verschillende taken verrichten.
3. Je werkomgeving is fijn.
Is minder aantrekkelijk omdat
1.Het kan gaan vervelen omdat je steeds hetzelfde doet
Werken bij een groot bedrijf (> 100 werknemers)
Is aantrekkelijk omdat
1. Je kunt je specialiseren op een bepaald gebied.
2. Je maakt nog meer contacten die altijd handig kunnen zijn.
3. Je komt in aanraking met veel soorten werk en vakgebieden.
Is minder aantrekkelijk omdat
1. Het kan allemaal te veel en moeilik zijn.
Werken bij een commercieel bedrijf (profit)
Is aantrekkelijk omdat
1. Goede arbeidsvoorwaarden.
2. Hoge lonen.
3. Interessant werk door concurrentie.
Is minder aantrekkelijk omdat
1. Je hebt een hoge werkdruk door de concurrentie
Werken bij een niet-commerciële organisatie
(non-profit)
Is aantrekkelijk omdat
1. Je bent goed bezig.
2. Je werk is vertrouwd.
3. Je weet waar je aan toe bent.
Is minder aantrekkelijk omdat
1. Je werk is eentonig en kan ook saai zijn
Werken bij een organisatie waar men projectmatig werkt
Is aantrekkelijk omdat
1. Werk is gestructureerd.
2. Heldere doelen.
3. Werk is simpel.
Is minder aantrekkelijk omdat
1. Het kan saai zijn omdat je richtlijnen hebt.
Prettige bedrijfscultuur
Is belangrijk omdat
1. Zodat je werknemers zich gemotiveerd voelen.
2. Je meer mensen aantrekt.
3. Is belangrijk voor het behalen van goede resultaten.
Is niet belangrijk omdat
1. Je kunt afgeleid van je werk worden.
Motiverend management
Is belangrijk omdat
1. Je personeel gaat meer zijn best doen.
2. Je bereikt betere resultaten.
3. Je krijgt een betere relatie met je personeel.
Is niet belangrijk omdat
1. Werknemers moeten zelfstandig kunnen werken.
Aansprekende producten en diensten
Is belangrijk omdat
1. Trekt meer aandacht van klanten.
2. Je maakt meer winst.
3. Je bent beter dan de concurrentie.
Is niet belangrijk omdat
1. Je moet harder werken om de vraag te kunnen beantwoorden.
Opdracht 5.13
Kenmerken van een baan
Kenmerken van een baan
Zelfstandigheid
Is niet belangrijk omdat
1. Je in teamverband moet werken.
2.Het saai kan zijn.
3. Geen sociale contacten.
4. Geen ervaring met teamwerk.
Is wel belangrijk omdat
1. Je moet soms wel zelf dingen doen.
2. Je werkt sneller
3. Je werkt geconcentreerder.
4. Je moet afstandelijk kunnen zijn.
Uitdagende functie
Is niet belangrijk omdat
1. Je moet het werk leuk vinden.
2. Je moet harder werken.
3. Je besteedt teveel tijd aan je werk
4. Het hoeft niet uitdagend te zijn.
Is wel belangrijk omdat
1. Je werkt met plezier.
2. Het is interessant.
3. Het blijft je boeien.
4. Je hebt vaak iets te doen.
Afwisselend werk
Is niet belangrijk omdat
1. Je kan dan beter je werk doen.
2. Je doet steeds hetzelfde waardoor je het goed kunt.
3. Je specialiseert je.
4. Je van je werk moet houden.
Is wel belangrijk omdat
1. Verveelt niet snel.
2. Je meer ervaring opdoet.
3. Verschillende vakgebieden leren kennen.
4. Houd je gemotiveerd.
Doorgroeimogelijkheden
Is niet belangrijk omdat
1. Je hebt al een baan
2. Je moet je goed voelen bij je baan
3. Je altijd nog ergens anders aan de slag kan gaan
4. Je zo ervaring opdoet
Is wel belangrijk omdat
1. Motiveert meer
2. Je hebt meer opties
3. Betere ontwikkeling
4. Meer ervaring
Onder stress/tijdsdruk werken
Is niet belangrijk omdat
1. Je presteert beter
2. Je kunt rustig werken
3. Je kunt zorgvuldig zijn
4. Je kunt je beter concentreren
Is wel belangrijk omdat
1. Presteert goed onder druk
2. Werkt systematischer
3. Je werkt sneller
4. Je leert onder stress te werken
Teamwork
Is niet belangrijk omdat
1. Je moet zelfstandig zijn
2. Je moet jezelf controleren
3. Je werkt dan sneller
4. Geen afleiding
Is wel belangrijk omdat
1. Je ervaart groepsverband
2. Nieuwe contacten
3. Gezelliger
4. Werkt sneller
Goed salaris
Is niet belangrijk omdat
1. Het gaat niet om geld
2. Je salaris staat vast
3. Geen goede motivatie
4. Is niet relevant
Is wel belangrijk omdat
1.Het motiveert
2.Je krijgt iets terug voor je dienst
3.Houd het leuk
4.Het is goed voor je prestaties
Goede secundaire arbeidsvoorwaarden
Is niet belangrijk omdat
1. Je kunt altijd regels opstellen
2.Je kunt nog altijd eisen stellen
3.Je kunt je beroepen op je recht
4.Er bestaan werknemers organisaties
Is wel belangrijk omdat
1. Voor duidelijke regels
2.Weet je waar je recht op hebt
3. Geen misverstanden
4. Je hebt een vangnet
Economische zekerheid
Is niet belangrijk omdat
1.Is niet relevant
2. Daar kan je niks aan doen
3.Je hebt tenminste werk
4.Je kunt altijd nog ander werk zoeken
Is wel belangrijk omdat
1. Zekerheid
2. Het is geruststellend
3. Je bent zeker van je zaak
4. Kan je beter in je werk verdiepen
Opleidingsmogelijkheden
Is niet belangrijk omdat
1.Je bent al opgeleid
2.Je kunt zelf cursussen doen
3.Je kunt zelf dingen bijhouden
4.Zelf jurisprudentie lezen
Is wel belangrijk omdat
1.Opties staan open
2. Specialisatie
3.Hogerop komen
4.Leert meer dingen
Werktijden
Is niet belangrijk omdat
1.Je verdient geld
2.Je bent bezig
3.Je kunt zelf geen tijden maken
4.Je kunt geen andere afspraken maken
Is wel belangrijk omdat
1.Duidelijke structuur
2.Geen misverstanden
3.Geregeld werken
4.Goed tempo
Reizen
Is niet belangrijk omdat
1. Het maakt niet uit waar je werk is.
2. Je moet werken
3. Je krijgt in ieder geval ervaring
4. Het is beter als je dichterbij werkt
Is wel belangrijk omdat
1.Andere plaatsen zien
2.Meer contacten
3.Verveelt niet
4.Is weer eens iets anders
Engagement, betrokkenheid bij de maatschappij
Is niet belangrijk omdat
1.Anders kan je je niet optimaal inzetten
2.Je doet je werk niet voor de maatschappij
3. Je kunt je werk gewoon blijven doen
4.Je hebt minder interesse
Is wel belangrijk omdat
1.Je bent meer gemotiveerd
2.Je voelt je betrokken
3.Je voelt je beter
4.Je bent belangrijjk
Sunday, 6 September 2009
SLB Jaar 1 Blok 3
SLB Blok 3
Studievaardigheid: Lezen, analyseren, samenvatten
De studievaardigheid die in blok 3 aandacht krijgt is lezen, analyseren en samenvatten.
Het is de bedoeling dat de student de tekst die is opgenomen in bijlage A goed leest, analyseert en samenvat. De analyse zal gecontroleerd worden aan de hand van een aantal vragen.
De vragen en de te maken samenvatting hebben betrekking op een publicatie van Dr .M. Jelicic en prof.dr. H.L.G.J. Merckelbach (vindplaats: dr.M.Jelicic en prof.dr.H.L.G.J.
Merckelbach, “Hersenscans in de rechtszaal:oppassen geblazen!’, Nederlands Juristenblad
2007, pp. 2794-2800, hierna “de tekst”genoemd.) De tekst is opgenomen in bijlage A.
Vragen:
Neem de tekst door en geef aan:
A wat het onderwerp van de tekst is;
Hersenscans die als bewijs kunnen dienen in rechtszaken.
B hoe het artikel is opgebouwd;
Eerst werd beschreven over de aard van de hersenscans, waar ze er als eerst waren. In dit geval was het in Amerika. En daarna wordt er opbouwend geschreven over de betrouwbaarheid van de hersenscans die ons een vertekend beeld geven over het brein van de verdachten. En tot slot geeft de schrijver ons zijn conclusie.
C wat de centrale vraag is van de tekst.
Zijn hersenscans betrouwbaar om als bewijs te worden gebruikt?
Geef gemotiveerd aan of de tekst voornamelijk betogend is of niet-betogend.
De tekst is betogend, omdat er aan de hand van voorbeelden en wetenschappelijke onderzoeken de ‘hersenscans als bewijsmateriaal’ aan de kaak worden gesteld.
Hoe luidt het standpunt van de auteurs inzake de stelling van de tekst?
Geef dit standpunt volledig en letterlijk weer in maximaal 100 woorden.
Hersenscans zijn uitstekend researchmateriaal en in de context van het neuro wetenschappelijk onderzoek spelen ze een voorname rol. Maar dat simpele feit verleent aan zulke scans nog niet de statuur van hard bewijsmiddel. Het is aan de clinici en wetenschappers die als deskundigen optreden om dat de juristen duidelijk te maken als straks de eerste hersenscans in de Nederlandse rechtszalen opduiken.
De auteurs geven in de tekst de volgende conclusie: “bij het presenteren van scans zou de expert zich voorzichtig moeten opstellen……………….”
A met welke hoofdargumenten onderbouwen de auteurs deze conclusie?
Argument 1: de neuro wetenschappers zijn doordenkt van het idee dat de hersenen gedrag in gang zetten zoals een hart bloed pompt, namelijk volgens automatische routines. Vanuit dit oogpunt is er geen enkele behoefte aan en ook geen ruimte voor concepten als vrije wil, intentie en inzicht, terwijl deze concepten de belangrijkste bouwstenen van het strafrecht vormen.
Argument 2: getuige-deskundigen die hersenscans in de rechtszaal tonen, behoren op de hoogte te zijn van de beperkingen van de hersenscans.
B hoe is de argumentatiestructuur van dat deel van het betoog
opgebouwd (meervoudig, nevenschikkend, onderschikkend)?
De argumentatiestructuur is meervoudig opgebouwd.
Schrijf van genoemde tekst een samenvatting van:
A minimaal 1 pagina, maximaal drie pagina’s;
B regelafstand anderhalf, lettergrootte minimaal punt 10;
C geschikt voor de lezers van het (fictieve) studentenblad van HBO-recht;
D aan de hand van een door u opgesteld bouwplan.
Hersenscans in de rechtszaal: oppassen geblazen!
Hersenscans worden in Amerika gebruikt om aan te tonen dat de verdachte vanwege hersenschade niet verantwoordelijk gehouden kan worden voor zijn criminele daden. De laatste tijd duiken er steeds meer hersenscans in de rechtszalen op. Maar de vraag is of deze scans betrouwbaar zijn om daadwerkelijk als bewijsmateriaal gebruikt te worden.
De structurele en de functionele beeldvormingtechnieken zijn twee verschillende hersenscans. De structurele technieken maken vooral de hersenanatomie zichtbaar, terwijl functionele technieken de hersenactiviteit in kaart brengen. Hersenscans zijn meer te vergelijken met een grafiek dan met een fotografische afbeelding.
Als er bij verdachte duidelijke abnormaliteiten in het brein vastgesteld worden, dan nog hoeven deze niet geassocieerd te zijn met crimineel gedrag. Zelfs bij verdachten met hersenafwijkingen die theoretisch wel in verband kunnen worden gebracht met crimineel gedrag, hoeven abnormaliteiten geen causale relatie te onderhouden met zulk gedrag.
Hersenscans tonen doorgaans een samenvatting van de verschillen tussen het brein van de verdachte of het slachtoffer en dat van een controleproefpersoon. Deze verschillen kunnen langs technische weg eenvoudig worden aangedikt. Hierdoor kan een verdachte ten onrechte een neurologische stoornis worden toegedicht. Ook kunnen de verdachten door het slikken van psychotrope stoffen de activiteiten op hun scan beïnvloeden.
Hersenscans zullen pas echt de status van bewijsmiddel verkrijgen als ze verankerd worden in andere bewijsmiddelen. Een hersenscan die afwijkingen toont bij de verdachte zou het verhaal over zijn psychiatrische voorgeschiedenis kunnen ondersteunen, maar niet vervangen. Een hersenscan vereist een toelichting die uit goede psychiatrische en psychologische rapportages over de verdachte kan worden betrokken, maar het omgekeerde geldt niet.
Deze scans zijn uitstekend researchmateriaal en in de context van het neuro wetenschappelijk onderzoek spelen ze een voorname rol. Maar dat simpele feit verleent aan zulke scans nog niet de statuur van hard bewijsmiddel. Het is aan de clinici en wetenschappers die als deskundigen optreden om dat de juristen duidelijk te maken als straks de eerste hersenscans in de Nederlandse rechtszalen opduiken.
Sportdebat 04-04-08
Stelling: is Norbert schuldig aan ontucht?
Een meisje van 13 jaar komt 8 jongens tegen op straat, die ze al kent. Deze jongens zijn rond de 15,16 en 17 jaar. Zij nodigt de jongens uit om wat te drinken bij haar thuis omdat ze alleen is. Er is ook een jongen die Norbert heet, dat is ook een van de jongens die bij dat clubje hoort. Er wordt aan haar gevraagd of ze nog maagd is, en zij zegt nee, ik ben geen maagd meer.
Bij haar thuis staat de muziek aan en ze drinken wat. De vriend van Norbert vraagt aan Melanie of ze een striptease wil doen, en Melanie gaat hier op in. Daarna wordt er nog wat voorwerk gedaan, dit doet Melanie uit haar eigen wil. Norbert kijkt toe, maar doet zelf niks. Dan neemt de vriend van Norbert Melanie mee naar boven, en Norbert vraagt dan of zij dat wel wilt. Daarna reikt Norbert zijn vriend een condoom aan. Bij de daad kijkt Norbert toe en filmt de gehele gebeurtenis.
Dit wordt een rechtszaak met ontucht van een minderjarige.
Ontucht is anders dan seks, de wet kent extra bescherming voor kinderen die zelf niet volledig oordeelsvermogen hebben tussen de 12 en de 16 jaar.
Verslag spreker:
We moesten een sportdebat houden. Dit deden we met de volgende studenten: Amy, Eline, Roxy, Ayan en ik. En het andere team bestond uit Nilam, Lana en Oleg.
Ons team begon met het debat. De stelling was: is er sprake van ontucht? Mijn team was van mening dat Norbert inderdaad schuldig was aan ontucht. Hierbij gebruikte we de volgende argumenten:
Een meisje van dertien heeft nog geen volwassen denkvermogen, dus die moeten beschermd worden.
Ontucht is niet hetzelfde als seks, het gaat erom dat mensen beschermd worden die nog niet redelijk denkvermogen hebben, redelijk gedrag voor een kind van 13 jaarà zoenen, niet seksen, Norbert was erbij, heeft een condoom aangereikt. Hij heeft haar niet aangeraakt, maar het gaat er niet om wie het doet, het gaat erom dat hij erbij was.
Het condoom was niet ter bescherming. Norbert is vijftien en dus ouder en wijzer. Hij kon weten dat dit geen normale situatie was, en had er niet op in moeten gaan.
Als hij het condoom niet had gegeven waren er misschien andere dingen gebeurd, zoals het voorwerk. Dit is ook al wel snel op die leeftijd, maar iets minder erg dan ‘de echte daad’
Hij had beter gewoon helemaal weg kunnen lopen. Hij heeft de overweging gemaakt om een condoom te geven, en dus om te blijven.
De beelden zijn niet voor bewijs gebruikt, dus wat had hij er dan mee willen doen?
Ook de groepsdruk speelt mee. Er is een bepaalde sfeer in de groep en daarnaast komen er duidelijke signalen van zijn vriend, hij vraagt of ze nog maagd is, en ze dansen innig met elkaar. Ze waren elkaar al aan het opjutten, met taal en gedrag. Toen had hij makkelijk weg kunnen lopen!
Ook al is het al gebeurd, de jongeren hebben een verkeerd beeld van seks. Als het zo blijft, zonder straf dus, dan weten ze nooit goed wat seks eigenlijk betekent. Bovendien hoeven ze niet gelijk gestraft te worden, ze kunnen ook een cursus doen over wat seks is. Dat bestaat tegenwoordig ook.
Melanie had misschien maar met 1 jongen seks gewild, maar door de groepsdruk wordt ze met meerdere het bed ingejaagd.
Ik vond onze argumenten sterk opgebouwd. We hadden ook sterke tegenargumenten. Er werden geen persoonlijke aanvallen gepleegd. We begonnen met een inleiding van de feiten en definities van begrippen om het te verduidelijken. Erna begonnen we met een argument waarna de oppositie met een tegenargument kwam. En zo ging het steeds door. We verdedigden onze argumenten door ze goed te onderbouwen met feiten. Tot slot deed iedereen team zijn conclusie een sloot de discussie af.
Verslag jurylid:
Roxy:
Ik vond Roxy goede argumenten geven. Ze waren goed onderbouwd met feiten. Haar houding was goed, prima verstaanbaar en overtuigend. De argumenten sloegen goed op de stelling.
Eline:
Goed onderbouwde argumenten. Houding, verstaanbaarheid en overtuigingskracht waren prima.
Amy:
Ik vond dat Amy ook goede argumenten gaf. Ze gaf goed aan wat de begrippen inhielden. Argumenten waren goed onderbouwd met feiten. Haar houding was goed, verstaanbaar en overtuigend.
Ayan:
Ik vond dat Ayan goede argumenten gaf. Argumenten waren ook goed onderbouwd met feiten. Haar houding was goed, ze was verstaanbaar en ook overtuigend.
Oleg:
Hij gaf soms argumenten die niet goed op de stelling sloegen. Soms was hij niet zo overtuigend. De andere argumenten waren op zich wel goed. Hij was goed verstaanbaar, had een goede houding.
Nilam:
Ik vond Nilam overtuigend. Verder was ze wel goed verstaanbaar en had ze een goede houding. Haar argumenten waren ook goed onderbouwd.
Lana:
Lana was goed te verstaan, goede houding. Haar argumenten waren op zich ook prima. Ze had alleen niet al te veel argumenten. Het waren vaak dezelfde argumenten.
Verslag gastcollege Mr. F. van Schaik
Op 27-03-08 kregen we een gatcollege van Mr. Schaik. Hij is een advocaat en kwam ons vertellen over de beroepspraktijk van een advocaat.
Hij begon met de geschiedenis van advocatuur;
Advocatus betekent in het Latijns; voorspreker/pleitbezorger
In de Romeinse tijd bestonden er kerkjuristen
Vanaf de 17e eeuw waren burgerlijke juristen vaan ook politicus of staatsman
En in 1952 kwam de huidige advocatenwet tot stand
De opleiding;
Na je masters is er een verplichte beroepsopleiding
Je bent voorwaardelijk bevoegd voor 3 jaar
Er is een verplicht examen met twee herkansingsmogelijkheden en aanvullende verplichte cursussen
Ook zijn er locale opleidingen die tevens verplicht zijn
Na drie jaar kan je een zelfstandige praktijk beginnen onder verantwoordelijk patroon
Loondienst
En je hebt een permanente opleiding
Taken van een advocaat;
Verstrekken van advies
Contract opstellen
Onderhandeling
Procederen
Soorten kantoren;
Groten commerciële kantoren
Commerciële nichekantoren
Klassieke algemene praktijken
Sociale advocatuur
Vaardigheden;
Juridisch:
Praktisch/academisch
Discussiepunt binnen balie
Niet juridisch:
Aanpassingsvermogen/flexibel
Commercieel inzicht
Sociaal
Dienstbare instelling
Zaken uithanden kunnen geven
Carrière mogelijkheden;
Drie jaar lang stage met 1750 euro bruto loon
Medewerker van drie tot acht jaar
Partner/aandeelhouder
HBO jurist in de balie;
Kleine balie/deurwaarder en incasso
Speciale HBO deurwaarderij in Utrecht
Incasso en administratief rechtelijk werk
-grote bedrijven
-non profit organisaties
-overheid
Advocatuur
Para legal op grote kantoren
Faillissementsmedewerker
Bewindvoerder
Zo maar een zaak;
Cliënt komt binnen wegens ontslag
Verzamel feiten
Schat de cliënt in
Geef inschatting van de zaak en let op omdat je maar een kant van de zaak hoort
Wel of niet procederen?
Vervolg;
Uitleg over de procedure
Confrontatie met standpunten van de andere partij
De wet zegt wie eist, bewijst, de partij leert vaak wie moet bewijzen verliest
Begeleiding cliënt tijdens procedure
Uitleg na afloop
Het geheel duurde van 13.00 tot 16.00. Na informatie over de beroepspraktijk van een advocaat kwamen er twee agenten van de politie Haaglanden.
Zij vertelden ons de mogelijkheden die je had met de opleiding HBO Rechten bij de politie. Zo zou je bij de politie kunnen werken en tegelijkertijd je Rechten diploma halen. Bij de politie zoeken ze dan een taak voor je die goed aansluit op je opleiding. We kregen ook nog een folder en konden voor meer informatie de voorlichtingsdag bezoeken.
Reflectieverslag vaardighedenspel
Groen
Details opmerken
Omgaan met werkdruk
Juiste argumenten gebruiken
Oranje
In grote lijnen denken
Risico’s nemen
Tot de kern van een probleem doordringen
Rood
Anderen stimuleren open te zijn
Het goede voorbeeld geven
Capaciteiten van anderen inschatten
Analyse:
Waarom ben je hier goed in?
Waaruit blijkt dat je hier goed in bent?
Groen
Details opmerken
Ik ben hier goed in omdat ik vaak dingen zie in een casus die anderen over het hoofd zien en toch wel belangrijk zijn.
Omgaan met werkdruk
Met werkdruk kan ik goed omgaan omdat ik geen stress heb als er een deadline is. Ik blijf dan rustig en maak me werk af.
Juiste argumenten gebruiken
Ik denk vaak eerst na voordat ik iets zeg. Ik maak afwegingen en dan geef ik argumenten.
Waarom wil je dit beter kunnen?
Wat levert het je op?
Oranje
In grote lijnen denken
Ik wil dit beter kunnen omdat ik denk dat het gemakkelijker zou zijn om een casus op te lossen.
Risico’s nemen
Het nemen van risico’s moet je soms doen om iets te bereiken. Als ik dat beter zou durven kan het misschien meer resultaten opleveren.
Tot de kern van een probleem doordringen
Als ik beter tot de kern van een probleem zou kunnen dringen, zou het probleem veel sneller opgelost zijn.
Waarom kan je iets niet of ligt jou iets niet?
Wat kan je doen om het toch te leren?
Rood
Anderen stimuleren open te zijn
Dit is moeilijk omdat je niet weet hoe een persoon is. Maar als je iemand beter leert kennen weet je ook wat die gene nodig heeft om open te zijn. Dus iemand beter leren kennen kan hierbij helpen
Het goede voorbeeld geven
Ik weet niet wat het goede voorbeeld is. Soms raak je door de war en weet je even min als iemand anders. Misschien als je anderen om meningen vraagt kan je dit bevorderen.
Capaciteiten van anderen inschatten
Het inschatten van anderen is moeilijk omdat je nooit zeker kunt zijn hoe die gene is. Daarom kan ik ook moeilijk capaciteiten van anderen inschatten. Het leren kennen van de anderen zou ook hierbij een goede handeling zijn.
Curriculum Vitae
Personalia
Naam Yuksel
Voornaam Seda
Roepnaam Seda
Adres A.Muysstraat 19b
Postcode 3117 LA
Woonplaats Schiedam
Telefoonnummer 010 7853247/0641356244
E-mail seda_yuksel@msn.com
Geboortedatum 19-07-1989
Geboorteplaats Schiedam
Geslacht Vrouw
Nationaliteit Nederlandse
Burgerlijke staat Ongehuwd
Rijbewijs Geen
Opleidingen
Periode 2000 - 2005
Naam school ‘T Groen van Prinsterer te Vlaardingen
Niveau VBMO
Examen vakken Nederlands, Engels,Frans, Ecnomie,Geschiedenis, Wiskunde, Aardrijkskunde,
Profielwerkstuk Turkije in de Europese Unie
Diploma Behaald
Periode 2005 - 2007
Naam school Schravenlant te Schiedam
Niveau HAVO
Examen vakken Nederlands, Engels, Frans 1.2, Economie 1, Geschiedenis, Aardrijkskunde
Profielwerkstuk Ernesto Che Guevara
Diploma Behaald
Periode 2007 tot heden
Naam school Haagse Hoge School te Den Haag
Opleiding HBO Rechten
Werkervaring
Periode April 2006 tot heden
Naam bedrijf Jongeren Aan Zet
Functie Vrijwilligster
Taken/ werkzaamheden Het begeleiden van een kind, voorzitten van vergaderingen, uitstapjes organiseren, evenementen organiseren.
Periode 2 juli – 24 augustus
Naam bedrijf Action
Functie Verkoopmedewerkster
Taken/werkzaamheden Kassamedewerkster, verkoopmedewerkster
SWOT Analyse
STRENGTHS
Details opmerken, omgaan met werkdruk en juiste argumenten gebruiken zijn vaardigheden die ik al bezit. Ook verantwoordelijk zijn. Als voorbeeld kan ik noemen de aanwezigheid bij vergaderingen van IHR.
Ik ben goed ik het bedenken van creatieve oplossingen. Ik kom vaak met oplossingen die anderen niet zo snel zouden zien. En heb daardoor ook vaak een andere kijk op de dingen.
Andere mensen vinden dat ik neutraal kan blijven bij conflicten en ze kan oplossen door alternatieve oplossingen te bedenken.
WEAKNESSES
Wat ik zou kunnen verbeteren is dat is wat meer spreek. Ik ben vaak stil waardoor mensen de indruk krijgen dat ik verlegen ben. Maar ik denk meestal eerst goed na voordat ik iets zeg.
Wat ik minder goed doe is tot de kern van een probleem doordringen. Als ik dat beter leer doen zou ik in staat zijn om een casus sneller op te lossen.
Ik vermijd liever situaties als hard moeten optreden tegen groepsleden. Ik zou liever andere oplossingen proberen te vinden. En als het niet anders kan, hard optreden.
OPPORTUNITIES
Mijn bronnen kan ik halen uit boeken, Internet, rechtswinkels, andere deskundigen en speciale telefoonnummers waar je terecht kunt voor informatie.
Daar kun je het best gebruik mee maken als je op zoek gaat naar precies de informatie die nuttig is voor jou.
De banenmarkt wilt een HBO Jurist met competenties die hij hoort te bezitten. Je kunt je hiernaar ontwikkelen door tijdens je studie de competenties zoveel mogelijk te leren beheersen.
THREATS
Obstakels voor mij is dat ik vaak niet een goede planning en tijdsverdeling heb.
En juist dat is tijdens je studie maar zeker ook in de toekomst erg van belang. Dat zou wel eens voor een belemmering kunnen zorgen.
Vaak kan ik ook niet hard optreden tegen mensen. Dit zou misschien ook een probleem kunnen zijn in dit vak. Ik denk dat je als Jurist soms wel hard moet zijn. Daardoor kan ik misschien overkomen als iemand die geen leiding kan nemen. Terwijl ik dat wel zou kunnen, maar hard optreden vermijd ik liever.
Persoonlijk verbeterplan
1: Wat wil ik de komende periode leren en wat wil ik specifiek doen om dit te bereiken?
De komende periode wil ik studeren voor de herkansingen van blok 3. Ik wil hierbij gaan leren en opdrachten maken van de werkcolleges.
2: Hoe laat ik dadelijk zien dat het me gelukt is?
Ik laat het zien door mijn cijfers te verbeteren en me studiepunten voor deze vakken te behalen.
3: Wie gaan mij daarbij helpen en wat verwacht ik van die hulp?
Als ik iets niet begrijp kan ik naar een leraar toe gaan en verwacht ik dat ik uitleg krijg en het vervolgens begrijp. Ook kan ik naar de evaluatie gaan van de tentamens die afgenomen zijn en kijken naar wat mijn fouten waren.
4: Hoe ga ik het plannen?
Het plannen doe ik door een effectieve rooster te maken waar ik me aan ga houden. Hierbij let ik op dat het wel haalbaar is.
5: Waarom heb ik voor deze doelen gekozen?
Voor deze doelen heb ik gekozen omdat het belangrijk is dat ik mijn studiepunten behaal. Ik wil dit blok het volledige aantal punten behalen dat mogelijk is.
SMART:
Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdsgebonden.
Specifiek
Doelstelling: Voldoendes halen bij de herkansingen
Elke dag lezen uit studieboeken en hierbij aantekeningen maken
Opdrachten maken van de werkcolleges
Vragen stellen over dingen die ik niet begrijp
Oefententamens maken om te kijken of ik alles beheers
Meetbaar
Als er uit mijn oefententamens blijkt dat ik alles beheers en ik alles begrijp zijn mijn doelen gerealiseerd.
Acceptabel
Het doel is acceptabel voor mezelf. Aangezien ik graag voldoendes wil behalen accepteer ik dat ik moet gaan leren.
Realistisch
Ik begin 3 weken van te voren met leren. Zo is mijn doel realistisch omdat ik dat genoeg de tijd heb om het te behalen. Als ik alles goed plan en tijdig doe is mijn doel zeer realistisch.
Tijdsgebonden
Mijn doel moet bereikt zijn tot aan de herkansingen zodat ik dan tijdens mijn tentamens de voldoendes behaal die ik wil realiseren.
Evaluatie blok 3
In blok 1 hebben we geen SLB gehad. Onze docent stopte ermee. Daardoor hebben wij een achterstand. In blok 2 hadden we een andere docent. Toen hadden we wel regelmatig les gehad en moesten we blok 1 inhalen. We hebben natuurlijk wel het een en het ander moeten missen waardoor we achterliepen op de andere klassen.
In blok 3 kregen we een nieuwe docent. Dit was weer wennen. We begonnen met een kennismaking zodat we de nieuwe docent beter konden leren kennen. Toen was er een vraagronde en begonnen we met de les.
Het was wel erg verwarrend omdat we drie verschillende docenten hadden. Maar we kregen te horen dat we in blok 4 wel dezelfde docent zouden behouden. In dit blok van SLB gingen we verder met debatteren maar dan in een andere vorm. In blok 2 deden we het volgens het Lagerhuis methode, nu was het een sportdebat. Er zijn wel een aantal verschillen tussen de twee. Elke week was er een stelling over een onderwerp. Er waren dan twee teams en een aantal juryleden. We hebben een aantal debatten gehad. Dat vond ik best leerzaam en handig omdat je zo competenties ontwikkeld.
Er waren ook nog individuele gesprekken met de docent. Dit was bedoeld om elkaar wat beter te leren kennen en te kijken hoe het stond met de studie en de resultaten.
De SLB lessen verliepen goed.
De eerste les hadden we een kennismaking. Iedereen kwam aan het woord en vertelde kort wat over zichzelf. Ook de docent vertelde wat over haar zelf. Aan het einde van de les waren er gesprekken met de docent.
De tweede SLB les deden we een vaardigheden spel waarbij je negen kaarten moest kiezen. Drie kaarten waren groene kaarten en dat moesten vaardigheden zijn die je al beheerst. Drie oranje kaarten waren vaardigheden die je zou willen beheersen en drie rode kaarten die je helemaal niet beheerste. Zo kon je een goed beeld krijgen over wat je sterke punten en je zwakheden waren.
De derde les deden we het sportdebat voor het eerst. Dit was voor iedereen nieuw maar iedereen was goed voorbereid dus verliep dat zonder problemen.
De vierde les deden we een tweede debat.
De vijfde en laatste les deden we het laatste sportdebat waarbij ik zelf mee moest doen. Alleen dit keer moesten we met meer mensen debatteren omdat we anders geen tijd meer hadden en niet iedereen geweest zou zijn.
Blok drie kregen we ook nieuwe vakken waaronder burgerlijk recht, procesrecht en administratieve organisatie. De cijfers zijn nog niet bekend. Het is wel belangrijk dat ik deze vakken haal.
IHR 3 was dit blok ook anders geregeld. We moesten dit keer zelf op zoek naar een casus en die oplossen. Nadat we dat hadden gedaan moesten we ons advies presenteren aan een deskundig panel. Het panel bestond uit leraren en medewerkers van de Juridisch loket uit Leiden. Wij deden onze presentatie in de vorm van een rollenspel. Roxy speelde een advocaat, Dipti de cliënt/koper, Eline een gemeentelijke vertegenwoordiger en Amy speelde de verkoper. Ik deed de intro en was assistent. Het verliep erg goed en we kregen een 8.5 als cijfer.
Dit blok verliep IHR een stuk beter omdat we al bekend waren met het vak. De samenwerking tussen de leden verliep ook goed omdat we elkaar beter konden.
Ons uiteindelijke verslag hebben we al ingeleverd en wachten momenteel op ons resultaat.
Administratieve organisatie was een best gemakkelijk vak. Het valt samen met groepsdynamica maar die heb ik in blok 2 niet gehaald. Administratieve organisatie heb ik wel gehaald.
Van burgerlijk procesrecht hebben we nog geen cijfers van, maar ik denk dat ik het niet gehaald heb. Dus ga ik proberen om bij de herkansing het alsnog te halen.
Inleiding Burgerlijk recht hebben we ook nog geen cijfers voor. Dat vond ik ook niet echt geweldig gaan. Maar dit was voor het eerst een open tentamen. En in open vragen ben ik over het algemeen wel beter in de meerkeuze vragen. Maar als ik hem niet gehaald heb, haal ik het zeker bij de tweede ronde.
Studievaardigheid: Lezen, analyseren, samenvatten
De studievaardigheid die in blok 3 aandacht krijgt is lezen, analyseren en samenvatten.
Het is de bedoeling dat de student de tekst die is opgenomen in bijlage A goed leest, analyseert en samenvat. De analyse zal gecontroleerd worden aan de hand van een aantal vragen.
De vragen en de te maken samenvatting hebben betrekking op een publicatie van Dr .M. Jelicic en prof.dr. H.L.G.J. Merckelbach (vindplaats: dr.M.Jelicic en prof.dr.H.L.G.J.
Merckelbach, “Hersenscans in de rechtszaal:oppassen geblazen!’, Nederlands Juristenblad
2007, pp. 2794-2800, hierna “de tekst”genoemd.) De tekst is opgenomen in bijlage A.
Vragen:
Neem de tekst door en geef aan:
A wat het onderwerp van de tekst is;
Hersenscans die als bewijs kunnen dienen in rechtszaken.
B hoe het artikel is opgebouwd;
Eerst werd beschreven over de aard van de hersenscans, waar ze er als eerst waren. In dit geval was het in Amerika. En daarna wordt er opbouwend geschreven over de betrouwbaarheid van de hersenscans die ons een vertekend beeld geven over het brein van de verdachten. En tot slot geeft de schrijver ons zijn conclusie.
C wat de centrale vraag is van de tekst.
Zijn hersenscans betrouwbaar om als bewijs te worden gebruikt?
Geef gemotiveerd aan of de tekst voornamelijk betogend is of niet-betogend.
De tekst is betogend, omdat er aan de hand van voorbeelden en wetenschappelijke onderzoeken de ‘hersenscans als bewijsmateriaal’ aan de kaak worden gesteld.
Hoe luidt het standpunt van de auteurs inzake de stelling van de tekst?
Geef dit standpunt volledig en letterlijk weer in maximaal 100 woorden.
Hersenscans zijn uitstekend researchmateriaal en in de context van het neuro wetenschappelijk onderzoek spelen ze een voorname rol. Maar dat simpele feit verleent aan zulke scans nog niet de statuur van hard bewijsmiddel. Het is aan de clinici en wetenschappers die als deskundigen optreden om dat de juristen duidelijk te maken als straks de eerste hersenscans in de Nederlandse rechtszalen opduiken.
De auteurs geven in de tekst de volgende conclusie: “bij het presenteren van scans zou de expert zich voorzichtig moeten opstellen……………….”
A met welke hoofdargumenten onderbouwen de auteurs deze conclusie?
Argument 1: de neuro wetenschappers zijn doordenkt van het idee dat de hersenen gedrag in gang zetten zoals een hart bloed pompt, namelijk volgens automatische routines. Vanuit dit oogpunt is er geen enkele behoefte aan en ook geen ruimte voor concepten als vrije wil, intentie en inzicht, terwijl deze concepten de belangrijkste bouwstenen van het strafrecht vormen.
Argument 2: getuige-deskundigen die hersenscans in de rechtszaal tonen, behoren op de hoogte te zijn van de beperkingen van de hersenscans.
B hoe is de argumentatiestructuur van dat deel van het betoog
opgebouwd (meervoudig, nevenschikkend, onderschikkend)?
De argumentatiestructuur is meervoudig opgebouwd.
Schrijf van genoemde tekst een samenvatting van:
A minimaal 1 pagina, maximaal drie pagina’s;
B regelafstand anderhalf, lettergrootte minimaal punt 10;
C geschikt voor de lezers van het (fictieve) studentenblad van HBO-recht;
D aan de hand van een door u opgesteld bouwplan.
Hersenscans in de rechtszaal: oppassen geblazen!
Hersenscans worden in Amerika gebruikt om aan te tonen dat de verdachte vanwege hersenschade niet verantwoordelijk gehouden kan worden voor zijn criminele daden. De laatste tijd duiken er steeds meer hersenscans in de rechtszalen op. Maar de vraag is of deze scans betrouwbaar zijn om daadwerkelijk als bewijsmateriaal gebruikt te worden.
De structurele en de functionele beeldvormingtechnieken zijn twee verschillende hersenscans. De structurele technieken maken vooral de hersenanatomie zichtbaar, terwijl functionele technieken de hersenactiviteit in kaart brengen. Hersenscans zijn meer te vergelijken met een grafiek dan met een fotografische afbeelding.
Als er bij verdachte duidelijke abnormaliteiten in het brein vastgesteld worden, dan nog hoeven deze niet geassocieerd te zijn met crimineel gedrag. Zelfs bij verdachten met hersenafwijkingen die theoretisch wel in verband kunnen worden gebracht met crimineel gedrag, hoeven abnormaliteiten geen causale relatie te onderhouden met zulk gedrag.
Hersenscans tonen doorgaans een samenvatting van de verschillen tussen het brein van de verdachte of het slachtoffer en dat van een controleproefpersoon. Deze verschillen kunnen langs technische weg eenvoudig worden aangedikt. Hierdoor kan een verdachte ten onrechte een neurologische stoornis worden toegedicht. Ook kunnen de verdachten door het slikken van psychotrope stoffen de activiteiten op hun scan beïnvloeden.
Hersenscans zullen pas echt de status van bewijsmiddel verkrijgen als ze verankerd worden in andere bewijsmiddelen. Een hersenscan die afwijkingen toont bij de verdachte zou het verhaal over zijn psychiatrische voorgeschiedenis kunnen ondersteunen, maar niet vervangen. Een hersenscan vereist een toelichting die uit goede psychiatrische en psychologische rapportages over de verdachte kan worden betrokken, maar het omgekeerde geldt niet.
Deze scans zijn uitstekend researchmateriaal en in de context van het neuro wetenschappelijk onderzoek spelen ze een voorname rol. Maar dat simpele feit verleent aan zulke scans nog niet de statuur van hard bewijsmiddel. Het is aan de clinici en wetenschappers die als deskundigen optreden om dat de juristen duidelijk te maken als straks de eerste hersenscans in de Nederlandse rechtszalen opduiken.
Sportdebat 04-04-08
Stelling: is Norbert schuldig aan ontucht?
Een meisje van 13 jaar komt 8 jongens tegen op straat, die ze al kent. Deze jongens zijn rond de 15,16 en 17 jaar. Zij nodigt de jongens uit om wat te drinken bij haar thuis omdat ze alleen is. Er is ook een jongen die Norbert heet, dat is ook een van de jongens die bij dat clubje hoort. Er wordt aan haar gevraagd of ze nog maagd is, en zij zegt nee, ik ben geen maagd meer.
Bij haar thuis staat de muziek aan en ze drinken wat. De vriend van Norbert vraagt aan Melanie of ze een striptease wil doen, en Melanie gaat hier op in. Daarna wordt er nog wat voorwerk gedaan, dit doet Melanie uit haar eigen wil. Norbert kijkt toe, maar doet zelf niks. Dan neemt de vriend van Norbert Melanie mee naar boven, en Norbert vraagt dan of zij dat wel wilt. Daarna reikt Norbert zijn vriend een condoom aan. Bij de daad kijkt Norbert toe en filmt de gehele gebeurtenis.
Dit wordt een rechtszaak met ontucht van een minderjarige.
Ontucht is anders dan seks, de wet kent extra bescherming voor kinderen die zelf niet volledig oordeelsvermogen hebben tussen de 12 en de 16 jaar.
Verslag spreker:
We moesten een sportdebat houden. Dit deden we met de volgende studenten: Amy, Eline, Roxy, Ayan en ik. En het andere team bestond uit Nilam, Lana en Oleg.
Ons team begon met het debat. De stelling was: is er sprake van ontucht? Mijn team was van mening dat Norbert inderdaad schuldig was aan ontucht. Hierbij gebruikte we de volgende argumenten:
Een meisje van dertien heeft nog geen volwassen denkvermogen, dus die moeten beschermd worden.
Ontucht is niet hetzelfde als seks, het gaat erom dat mensen beschermd worden die nog niet redelijk denkvermogen hebben, redelijk gedrag voor een kind van 13 jaarà zoenen, niet seksen, Norbert was erbij, heeft een condoom aangereikt. Hij heeft haar niet aangeraakt, maar het gaat er niet om wie het doet, het gaat erom dat hij erbij was.
Het condoom was niet ter bescherming. Norbert is vijftien en dus ouder en wijzer. Hij kon weten dat dit geen normale situatie was, en had er niet op in moeten gaan.
Als hij het condoom niet had gegeven waren er misschien andere dingen gebeurd, zoals het voorwerk. Dit is ook al wel snel op die leeftijd, maar iets minder erg dan ‘de echte daad’
Hij had beter gewoon helemaal weg kunnen lopen. Hij heeft de overweging gemaakt om een condoom te geven, en dus om te blijven.
De beelden zijn niet voor bewijs gebruikt, dus wat had hij er dan mee willen doen?
Ook de groepsdruk speelt mee. Er is een bepaalde sfeer in de groep en daarnaast komen er duidelijke signalen van zijn vriend, hij vraagt of ze nog maagd is, en ze dansen innig met elkaar. Ze waren elkaar al aan het opjutten, met taal en gedrag. Toen had hij makkelijk weg kunnen lopen!
Ook al is het al gebeurd, de jongeren hebben een verkeerd beeld van seks. Als het zo blijft, zonder straf dus, dan weten ze nooit goed wat seks eigenlijk betekent. Bovendien hoeven ze niet gelijk gestraft te worden, ze kunnen ook een cursus doen over wat seks is. Dat bestaat tegenwoordig ook.
Melanie had misschien maar met 1 jongen seks gewild, maar door de groepsdruk wordt ze met meerdere het bed ingejaagd.
Ik vond onze argumenten sterk opgebouwd. We hadden ook sterke tegenargumenten. Er werden geen persoonlijke aanvallen gepleegd. We begonnen met een inleiding van de feiten en definities van begrippen om het te verduidelijken. Erna begonnen we met een argument waarna de oppositie met een tegenargument kwam. En zo ging het steeds door. We verdedigden onze argumenten door ze goed te onderbouwen met feiten. Tot slot deed iedereen team zijn conclusie een sloot de discussie af.
Verslag jurylid:
Roxy:
Ik vond Roxy goede argumenten geven. Ze waren goed onderbouwd met feiten. Haar houding was goed, prima verstaanbaar en overtuigend. De argumenten sloegen goed op de stelling.
Eline:
Goed onderbouwde argumenten. Houding, verstaanbaarheid en overtuigingskracht waren prima.
Amy:
Ik vond dat Amy ook goede argumenten gaf. Ze gaf goed aan wat de begrippen inhielden. Argumenten waren goed onderbouwd met feiten. Haar houding was goed, verstaanbaar en overtuigend.
Ayan:
Ik vond dat Ayan goede argumenten gaf. Argumenten waren ook goed onderbouwd met feiten. Haar houding was goed, ze was verstaanbaar en ook overtuigend.
Oleg:
Hij gaf soms argumenten die niet goed op de stelling sloegen. Soms was hij niet zo overtuigend. De andere argumenten waren op zich wel goed. Hij was goed verstaanbaar, had een goede houding.
Nilam:
Ik vond Nilam overtuigend. Verder was ze wel goed verstaanbaar en had ze een goede houding. Haar argumenten waren ook goed onderbouwd.
Lana:
Lana was goed te verstaan, goede houding. Haar argumenten waren op zich ook prima. Ze had alleen niet al te veel argumenten. Het waren vaak dezelfde argumenten.
Verslag gastcollege Mr. F. van Schaik
Op 27-03-08 kregen we een gatcollege van Mr. Schaik. Hij is een advocaat en kwam ons vertellen over de beroepspraktijk van een advocaat.
Hij begon met de geschiedenis van advocatuur;
Advocatus betekent in het Latijns; voorspreker/pleitbezorger
In de Romeinse tijd bestonden er kerkjuristen
Vanaf de 17e eeuw waren burgerlijke juristen vaan ook politicus of staatsman
En in 1952 kwam de huidige advocatenwet tot stand
De opleiding;
Na je masters is er een verplichte beroepsopleiding
Je bent voorwaardelijk bevoegd voor 3 jaar
Er is een verplicht examen met twee herkansingsmogelijkheden en aanvullende verplichte cursussen
Ook zijn er locale opleidingen die tevens verplicht zijn
Na drie jaar kan je een zelfstandige praktijk beginnen onder verantwoordelijk patroon
Loondienst
En je hebt een permanente opleiding
Taken van een advocaat;
Verstrekken van advies
Contract opstellen
Onderhandeling
Procederen
Soorten kantoren;
Groten commerciële kantoren
Commerciële nichekantoren
Klassieke algemene praktijken
Sociale advocatuur
Vaardigheden;
Juridisch:
Praktisch/academisch
Discussiepunt binnen balie
Niet juridisch:
Aanpassingsvermogen/flexibel
Commercieel inzicht
Sociaal
Dienstbare instelling
Zaken uithanden kunnen geven
Carrière mogelijkheden;
Drie jaar lang stage met 1750 euro bruto loon
Medewerker van drie tot acht jaar
Partner/aandeelhouder
HBO jurist in de balie;
Kleine balie/deurwaarder en incasso
Speciale HBO deurwaarderij in Utrecht
Incasso en administratief rechtelijk werk
-grote bedrijven
-non profit organisaties
-overheid
Advocatuur
Para legal op grote kantoren
Faillissementsmedewerker
Bewindvoerder
Zo maar een zaak;
Cliënt komt binnen wegens ontslag
Verzamel feiten
Schat de cliënt in
Geef inschatting van de zaak en let op omdat je maar een kant van de zaak hoort
Wel of niet procederen?
Vervolg;
Uitleg over de procedure
Confrontatie met standpunten van de andere partij
De wet zegt wie eist, bewijst, de partij leert vaak wie moet bewijzen verliest
Begeleiding cliënt tijdens procedure
Uitleg na afloop
Het geheel duurde van 13.00 tot 16.00. Na informatie over de beroepspraktijk van een advocaat kwamen er twee agenten van de politie Haaglanden.
Zij vertelden ons de mogelijkheden die je had met de opleiding HBO Rechten bij de politie. Zo zou je bij de politie kunnen werken en tegelijkertijd je Rechten diploma halen. Bij de politie zoeken ze dan een taak voor je die goed aansluit op je opleiding. We kregen ook nog een folder en konden voor meer informatie de voorlichtingsdag bezoeken.
Reflectieverslag vaardighedenspel
Groen
Details opmerken
Omgaan met werkdruk
Juiste argumenten gebruiken
Oranje
In grote lijnen denken
Risico’s nemen
Tot de kern van een probleem doordringen
Rood
Anderen stimuleren open te zijn
Het goede voorbeeld geven
Capaciteiten van anderen inschatten
Analyse:
Waarom ben je hier goed in?
Waaruit blijkt dat je hier goed in bent?
Groen
Details opmerken
Ik ben hier goed in omdat ik vaak dingen zie in een casus die anderen over het hoofd zien en toch wel belangrijk zijn.
Omgaan met werkdruk
Met werkdruk kan ik goed omgaan omdat ik geen stress heb als er een deadline is. Ik blijf dan rustig en maak me werk af.
Juiste argumenten gebruiken
Ik denk vaak eerst na voordat ik iets zeg. Ik maak afwegingen en dan geef ik argumenten.
Waarom wil je dit beter kunnen?
Wat levert het je op?
Oranje
In grote lijnen denken
Ik wil dit beter kunnen omdat ik denk dat het gemakkelijker zou zijn om een casus op te lossen.
Risico’s nemen
Het nemen van risico’s moet je soms doen om iets te bereiken. Als ik dat beter zou durven kan het misschien meer resultaten opleveren.
Tot de kern van een probleem doordringen
Als ik beter tot de kern van een probleem zou kunnen dringen, zou het probleem veel sneller opgelost zijn.
Waarom kan je iets niet of ligt jou iets niet?
Wat kan je doen om het toch te leren?
Rood
Anderen stimuleren open te zijn
Dit is moeilijk omdat je niet weet hoe een persoon is. Maar als je iemand beter leert kennen weet je ook wat die gene nodig heeft om open te zijn. Dus iemand beter leren kennen kan hierbij helpen
Het goede voorbeeld geven
Ik weet niet wat het goede voorbeeld is. Soms raak je door de war en weet je even min als iemand anders. Misschien als je anderen om meningen vraagt kan je dit bevorderen.
Capaciteiten van anderen inschatten
Het inschatten van anderen is moeilijk omdat je nooit zeker kunt zijn hoe die gene is. Daarom kan ik ook moeilijk capaciteiten van anderen inschatten. Het leren kennen van de anderen zou ook hierbij een goede handeling zijn.
Curriculum Vitae
Personalia
Naam Yuksel
Voornaam Seda
Roepnaam Seda
Adres A.Muysstraat 19b
Postcode 3117 LA
Woonplaats Schiedam
Telefoonnummer 010 7853247/0641356244
E-mail seda_yuksel@msn.com
Geboortedatum 19-07-1989
Geboorteplaats Schiedam
Geslacht Vrouw
Nationaliteit Nederlandse
Burgerlijke staat Ongehuwd
Rijbewijs Geen
Opleidingen
Periode 2000 - 2005
Naam school ‘T Groen van Prinsterer te Vlaardingen
Niveau VBMO
Examen vakken Nederlands, Engels,Frans, Ecnomie,Geschiedenis, Wiskunde, Aardrijkskunde,
Profielwerkstuk Turkije in de Europese Unie
Diploma Behaald
Periode 2005 - 2007
Naam school Schravenlant te Schiedam
Niveau HAVO
Examen vakken Nederlands, Engels, Frans 1.2, Economie 1, Geschiedenis, Aardrijkskunde
Profielwerkstuk Ernesto Che Guevara
Diploma Behaald
Periode 2007 tot heden
Naam school Haagse Hoge School te Den Haag
Opleiding HBO Rechten
Werkervaring
Periode April 2006 tot heden
Naam bedrijf Jongeren Aan Zet
Functie Vrijwilligster
Taken/ werkzaamheden Het begeleiden van een kind, voorzitten van vergaderingen, uitstapjes organiseren, evenementen organiseren.
Periode 2 juli – 24 augustus
Naam bedrijf Action
Functie Verkoopmedewerkster
Taken/werkzaamheden Kassamedewerkster, verkoopmedewerkster
SWOT Analyse
STRENGTHS
Details opmerken, omgaan met werkdruk en juiste argumenten gebruiken zijn vaardigheden die ik al bezit. Ook verantwoordelijk zijn. Als voorbeeld kan ik noemen de aanwezigheid bij vergaderingen van IHR.
Ik ben goed ik het bedenken van creatieve oplossingen. Ik kom vaak met oplossingen die anderen niet zo snel zouden zien. En heb daardoor ook vaak een andere kijk op de dingen.
Andere mensen vinden dat ik neutraal kan blijven bij conflicten en ze kan oplossen door alternatieve oplossingen te bedenken.
WEAKNESSES
Wat ik zou kunnen verbeteren is dat is wat meer spreek. Ik ben vaak stil waardoor mensen de indruk krijgen dat ik verlegen ben. Maar ik denk meestal eerst goed na voordat ik iets zeg.
Wat ik minder goed doe is tot de kern van een probleem doordringen. Als ik dat beter leer doen zou ik in staat zijn om een casus sneller op te lossen.
Ik vermijd liever situaties als hard moeten optreden tegen groepsleden. Ik zou liever andere oplossingen proberen te vinden. En als het niet anders kan, hard optreden.
OPPORTUNITIES
Mijn bronnen kan ik halen uit boeken, Internet, rechtswinkels, andere deskundigen en speciale telefoonnummers waar je terecht kunt voor informatie.
Daar kun je het best gebruik mee maken als je op zoek gaat naar precies de informatie die nuttig is voor jou.
De banenmarkt wilt een HBO Jurist met competenties die hij hoort te bezitten. Je kunt je hiernaar ontwikkelen door tijdens je studie de competenties zoveel mogelijk te leren beheersen.
THREATS
Obstakels voor mij is dat ik vaak niet een goede planning en tijdsverdeling heb.
En juist dat is tijdens je studie maar zeker ook in de toekomst erg van belang. Dat zou wel eens voor een belemmering kunnen zorgen.
Vaak kan ik ook niet hard optreden tegen mensen. Dit zou misschien ook een probleem kunnen zijn in dit vak. Ik denk dat je als Jurist soms wel hard moet zijn. Daardoor kan ik misschien overkomen als iemand die geen leiding kan nemen. Terwijl ik dat wel zou kunnen, maar hard optreden vermijd ik liever.
Persoonlijk verbeterplan
1: Wat wil ik de komende periode leren en wat wil ik specifiek doen om dit te bereiken?
De komende periode wil ik studeren voor de herkansingen van blok 3. Ik wil hierbij gaan leren en opdrachten maken van de werkcolleges.
2: Hoe laat ik dadelijk zien dat het me gelukt is?
Ik laat het zien door mijn cijfers te verbeteren en me studiepunten voor deze vakken te behalen.
3: Wie gaan mij daarbij helpen en wat verwacht ik van die hulp?
Als ik iets niet begrijp kan ik naar een leraar toe gaan en verwacht ik dat ik uitleg krijg en het vervolgens begrijp. Ook kan ik naar de evaluatie gaan van de tentamens die afgenomen zijn en kijken naar wat mijn fouten waren.
4: Hoe ga ik het plannen?
Het plannen doe ik door een effectieve rooster te maken waar ik me aan ga houden. Hierbij let ik op dat het wel haalbaar is.
5: Waarom heb ik voor deze doelen gekozen?
Voor deze doelen heb ik gekozen omdat het belangrijk is dat ik mijn studiepunten behaal. Ik wil dit blok het volledige aantal punten behalen dat mogelijk is.
SMART:
Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdsgebonden.
Specifiek
Doelstelling: Voldoendes halen bij de herkansingen
Elke dag lezen uit studieboeken en hierbij aantekeningen maken
Opdrachten maken van de werkcolleges
Vragen stellen over dingen die ik niet begrijp
Oefententamens maken om te kijken of ik alles beheers
Meetbaar
Als er uit mijn oefententamens blijkt dat ik alles beheers en ik alles begrijp zijn mijn doelen gerealiseerd.
Acceptabel
Het doel is acceptabel voor mezelf. Aangezien ik graag voldoendes wil behalen accepteer ik dat ik moet gaan leren.
Realistisch
Ik begin 3 weken van te voren met leren. Zo is mijn doel realistisch omdat ik dat genoeg de tijd heb om het te behalen. Als ik alles goed plan en tijdig doe is mijn doel zeer realistisch.
Tijdsgebonden
Mijn doel moet bereikt zijn tot aan de herkansingen zodat ik dan tijdens mijn tentamens de voldoendes behaal die ik wil realiseren.
Evaluatie blok 3
In blok 1 hebben we geen SLB gehad. Onze docent stopte ermee. Daardoor hebben wij een achterstand. In blok 2 hadden we een andere docent. Toen hadden we wel regelmatig les gehad en moesten we blok 1 inhalen. We hebben natuurlijk wel het een en het ander moeten missen waardoor we achterliepen op de andere klassen.
In blok 3 kregen we een nieuwe docent. Dit was weer wennen. We begonnen met een kennismaking zodat we de nieuwe docent beter konden leren kennen. Toen was er een vraagronde en begonnen we met de les.
Het was wel erg verwarrend omdat we drie verschillende docenten hadden. Maar we kregen te horen dat we in blok 4 wel dezelfde docent zouden behouden. In dit blok van SLB gingen we verder met debatteren maar dan in een andere vorm. In blok 2 deden we het volgens het Lagerhuis methode, nu was het een sportdebat. Er zijn wel een aantal verschillen tussen de twee. Elke week was er een stelling over een onderwerp. Er waren dan twee teams en een aantal juryleden. We hebben een aantal debatten gehad. Dat vond ik best leerzaam en handig omdat je zo competenties ontwikkeld.
Er waren ook nog individuele gesprekken met de docent. Dit was bedoeld om elkaar wat beter te leren kennen en te kijken hoe het stond met de studie en de resultaten.
De SLB lessen verliepen goed.
De eerste les hadden we een kennismaking. Iedereen kwam aan het woord en vertelde kort wat over zichzelf. Ook de docent vertelde wat over haar zelf. Aan het einde van de les waren er gesprekken met de docent.
De tweede SLB les deden we een vaardigheden spel waarbij je negen kaarten moest kiezen. Drie kaarten waren groene kaarten en dat moesten vaardigheden zijn die je al beheerst. Drie oranje kaarten waren vaardigheden die je zou willen beheersen en drie rode kaarten die je helemaal niet beheerste. Zo kon je een goed beeld krijgen over wat je sterke punten en je zwakheden waren.
De derde les deden we het sportdebat voor het eerst. Dit was voor iedereen nieuw maar iedereen was goed voorbereid dus verliep dat zonder problemen.
De vierde les deden we een tweede debat.
De vijfde en laatste les deden we het laatste sportdebat waarbij ik zelf mee moest doen. Alleen dit keer moesten we met meer mensen debatteren omdat we anders geen tijd meer hadden en niet iedereen geweest zou zijn.
Blok drie kregen we ook nieuwe vakken waaronder burgerlijk recht, procesrecht en administratieve organisatie. De cijfers zijn nog niet bekend. Het is wel belangrijk dat ik deze vakken haal.
IHR 3 was dit blok ook anders geregeld. We moesten dit keer zelf op zoek naar een casus en die oplossen. Nadat we dat hadden gedaan moesten we ons advies presenteren aan een deskundig panel. Het panel bestond uit leraren en medewerkers van de Juridisch loket uit Leiden. Wij deden onze presentatie in de vorm van een rollenspel. Roxy speelde een advocaat, Dipti de cliënt/koper, Eline een gemeentelijke vertegenwoordiger en Amy speelde de verkoper. Ik deed de intro en was assistent. Het verliep erg goed en we kregen een 8.5 als cijfer.
Dit blok verliep IHR een stuk beter omdat we al bekend waren met het vak. De samenwerking tussen de leden verliep ook goed omdat we elkaar beter konden.
Ons uiteindelijke verslag hebben we al ingeleverd en wachten momenteel op ons resultaat.
Administratieve organisatie was een best gemakkelijk vak. Het valt samen met groepsdynamica maar die heb ik in blok 2 niet gehaald. Administratieve organisatie heb ik wel gehaald.
Van burgerlijk procesrecht hebben we nog geen cijfers van, maar ik denk dat ik het niet gehaald heb. Dus ga ik proberen om bij de herkansing het alsnog te halen.
Inleiding Burgerlijk recht hebben we ook nog geen cijfers voor. Dat vond ik ook niet echt geweldig gaan. Maar dit was voor het eerst een open tentamen. En in open vragen ben ik over het algemeen wel beter in de meerkeuze vragen. Maar als ik hem niet gehaald heb, haal ik het zeker bij de tweede ronde.
SLB Jaar 1BLok 2
SLB Blok 2
Studievragenlijst
1. Ik heb grote moeite studiestof te begrijpen
bijna nooit 1 2 3 4 bijna altijd
2. Ik denk dat ik de studie aan kan.
bijna nooit 1 2 3 4 bijna altijd
3. Tijdens het studeren ga ik geregeld na wat en hoe er gevraagd
wordt op het tentamen/proefwerk.
bijna nooit 1 2 3 4 bijna altijd
4. Ik probeer aan de weet te komen wat en hoe er gevraagd wordt
op het tentamen/proefwerk.
bijna nooit 1 2 3 4 bijna altijd
5. Ik heb grote moeite om studie en vrije tijd te combineren
bijna nooit 1 2 3 4 bijna altijd
6. Ik kan de hoeveelheid studiestof goed verwerken
bijna nooit 1 2 3 4 bijna altijd
7. Ik heb grote moeite om geregeld te werken.
bijna nooit 1 2 3 4 bijna altijd
8. Ik kan goed inschatten wat op tentamens/proefwerk wordt gevraagd.
bijna nooit 1 2 3 4 bijna altijd
9. Tegenslag bij het studeren zie ik als een uitdaging om aan te pakken.
bijna nooit 1 2 3 4 bijna altijd
10. Ik twijfel of ik geschikt ben voor deze studie.
bijna nooit 1 2 3 4 bijna altijd
11. Ik probeer alles van a tot z te leren.
bijna nooit 1 2 3 4 bijna altijd
12. Ik bedenk van te voren hoe ik een studie onderdeel het
beste kan aanpakken.
bijna nooit 1 2 3 4 bijna altijd
13. Ik vind dat zenuwachtigheid op een tentamen er nu eenmaal bij hoort.
bijna nooit 1 2 3 4 bijna altijd.
14. Ik heb vertrouwen in mijn manier van tentamen doen.
bijna nooit 1 2 3 4 bijna altijd.
15. Tijdens het studeren geef ik geregeld in eigen woorden weer
wat ik bestudeerd heb.
bijna nooit 1 2 3 4 bijna altijd
16. Ik toets mijn kennis voor het tentamen door proeftentamens,
overhoren, vragen stellen, e.d.
bijna nooit 1 2 3 4 bijna altijd
17. Ik probeer zoveel mogelijk de studiestof. uit het hoofd te leren.
bijna nooit 1 2 3 4 bijna altijd
18. Persoonlijke moeilijkheden/omstandigheden hinderen mij bij het studeren.
bijna nooit 1 2 3 4 bijna altijd
19. Ik kan de studie- en vrije tijd goed indelen.
bijna nooit 1 2 3 4 bijna altijd.
20. Ik begrijp de studiestof goed.
bijna nooit 1 2 3 4 bijna altijd.
21. De spanning van het tentamen/proefwerk kan ik goed aan.
bijna nooit 1 2 3 4 bijna altijd.
22. Afhankelijk van de tentamen/proefwerkeisen leer ik uit het hoofd of probeer ik te
begrijpen
bijna nooit 1 2 3 4 bijna altijd.
23. De vragen op het tentamen/proefwerk zijn geheel onverwacht voor mij.
bijna nooit 1 2 3 4 bijna altijd.
24. Ik vind de studie interessant.
bijna nooit 1 2 3 4 bijna altijd
25. Ik begin op tijd een tentamen voor te bereiden.
bijna nooit 1 2 3 4 bijna altijd.
26. Door de spanning van het tentamen worden mijn
prestaties verbeterd.
bijna nooit 1 2 3 4 bijna altijd
27. Ik heb plezier in mijn studie.
bijna nooit 1 2 3 4 bijna altijd.
28. Ik probeer zoveel mogelijk de studiestof te begrijpen.
bijna nooit 1 2 3 4 bijna altijd.
29. Ik heb grote moeite met de hoeveelheid studiestof.
bijna nooit 1 2 3 4 bijna altijd.
30. Hoeveel uur per week (les, practica, zelfstudie, etc.) besteedde
je gemiddeld aan de studie? 12 Uur.
Schatting tijdsbesteding
Hoeveel tijd (uren) besteed ik naar schatting gemiddeld per week aan:
9 uur colleges/workshops
3 uur projectwerk
0 uur sport
8 uur reizen
5 uur zelfstudie/huiswerk
18 uur hobby’s en activiteiten
58 uur slapen
18 uur huishoudelijke activiteiten/ eten/ persoonlijke verzorging
11 uur uitgaan
38 uur ontspanning/nietsdoen
0 uur bijbaantjes
Logboek
Naam: Seda Yuksel
Klas: 1c
Studentnummer: 07031564
Datum: 30-11-2007
Logboek 28-11-2007
08.10 Opstaan
08.50 Aankleden en persoonlijke verzorging
08.55 Verlaat huis richting bushalte
09.00 Bus richting Schiedam centrum
09.10 Aankomst Schiedam centrum
09.10 – 09.37 Wachten op trein
09.37 – 10.00 Trein naar Hollands spoor
10.00 – 10.10 Aankomst op school en koffie halen
10.10 – 10.20 Zitten in de aula
10.20 – 10.25 Naar de les lopen
10.30 – 12.00 Hoorcollege bestuursrecht
12.00 – 12.15 Naar de bibliotheek, op blackboard kijken
12.15 – 12.50 Vergadering IHR-2
12.50 – 13.00 Naar de trein
13.00 – 13.20 Naar Rotterdam centraal en aankomst
13.20 – 14.50 Shoppen en lunchen
14.50 – 15.00 Metro richting Schiedam centrum
15.00 – 15.12 Aankomst Schiedam en bus
15.12 – 15.30 Aankomst Thuis
15.30 – 17.10 Pc
17.10 – 18.00 Tv
18.00 – 18.40 Eten
18.40 – 20.00 Pc en huiswerk
20.00 – 20.30 Persoonlijke verzorging
20.30 – 23.00 Tv
23.00 – 09.15 Slapen
Logboek 29-11-2007
09.15 Opstaan
09.15 – 09.50 Aankleden en persoonlijke verzorging
09.55 – 10.00 Naar de bushalte lopen en bus nemen
10.00 – 10.15 Aankomt Schiedam centrum
10.15 – 10.17 Trein
10.17 – 10.45 Aankomst op school
10.45 – 11.15 Zitten in de aula en sheets uitprinten in de bibliotheek
11.15 – 13.00 Hoorcollege staatsrecht
13.00 – 14.30 Werkcollege bestuurskunde
14.30 – 14.45 Naar de trein lopen
14.45 – 15.10 met de trein een aankomst op Schiedam centrum
15.10 -15.17 Op de bus wachten
15.17 – 15.30 Bus en aankomst thuis
15.30 – 16.00 Niets doen en kletsen
16.00 – 17.10 Pc en huiswerk SLB
17.10 – 18.00 Mama helpen met koken
18.00 - 18.35 Eten
18.35 – 19.35 Huiswerk
19.35 – 20.00 Persoonlijke verzorging
20.00 – 23.00 Tv
23.00 Slapen
Kolb test
Je uitslag op de leerstijltest
Je hebt een nadenkende leerstijl.
Dat wil zeggen dat je het liefste leert door goed na te denken. Je gebruikt graag je gezonde verstand en houdt van redeneren. Je analyseert de leerstof aandachtig en probeert de grote verbanden er in te ontdekken. Daardoor kun je goed omgaan met abstracte en, voor anderen vaak onduidelijke, informatie. Omdat je zo slim en kritisch bent, erger je je aan slecht onderbouwde leerstof of docenten wiens verhaal niet sluitend is. Je leerstijl heeft grote voordelen. Je laat je niet verwarren door details, maar blijft oog houden voor het grotere geheel. Daardoor kun jij vaak problemen oplossen die anderen heel moeilijk vinden.
Jouw motto is:Vertrouw op je gezonde verstand!
Tip: Vertrouw je in álle situaties op de nadenkende leerstijl dan kun je tegen jezelf aanlopen. Bijvoorbeeld in situaties waarin je met je handen moet werken of anderszins actief iets moet doen. Probeer in dat geval even goed te ontspannen. Wees niet te bang om fouten te maken en te improviseren. Je zult ontdekken dat 'doen' leuker is dan je denkt.
Beroep of studie:Bij deze leerstijl past elke studie en/of beroep waarin je je intellectueel geprikkeld voelt. Denk bijvoorbeeld aan beroepen zoals wiskundige, accountant, journalist of onderzoeker. Bij studie of werk dat te makkelijk voor je brein is, dut jij in.
En verder:Dat je een nadenkende leerstijl hebt, wil niet zeggen dat je niet op een andere manier kúnt leren of geen andere studies of beroepen kunt doen. Zoals gezegd, beschikken mensen over meerdere leerstijlen. Uit de test kwam dat je minst favoriete stijl de praktische leerstijl is.
Mensen met een praktische leerstijl leren juist het liefst door te doen. Door dingen (met hun handen) uit te proberen, komen zij erachter hoe iets in elkaar steekt en in zijn werk gaat. Ze gaan daarbij vooral op hun gevoel af, zonder meteen heel diep na te denken of te kijken hoe iets moet.

Leerstijlentest van Kolb : de Denker
Voor een denker ligt de nadruk op de (logische) samenhang tussen zaken. Een denker houdt zich het liefst bezig met het vormen van begrippen. Het maken van theoretische modellen is de kracht van de denker. Voor de denker staan nauwkeurigheid, logica en het denken in zuivere, abstracte begrippen op de eerste plaats. Vanuit de (gemaakte) theoretische modellen probeert de denker richting de werkelijkheid te komen.
Optimale leeromgeving:
Zelfstandig leerstof doornemen en dit binnen zijn eigen denkwereld vorm te geven
Orde en rust
De mogelijkheid om achtergrondinformatie te krijgen
Complexe vraagstukken worden als uitdaging gezien
Een duidelijk programma en duidelijke (leer)doelen
Luisteroefening
1. Van welke politieke partij zijn de heren Grapperhaus en Paas?
2. Wat wordt genoemd als het grote struikelblok binnen het onderwerp?
3. Leg uit wat in dit verband met ‘preventieve toetsing’ wordt bedoeld.
4. Tussen welke twee ‘routes’ (het zogenaamde ‘duale stelsel’) kan een werkgever kiezen als hij een werknemer wil ontslaan?
5. Wat is het CWI?
6. Als een ontslag via het CWI verloopt, wordt dan een ontslagvergoeding toegekend aan de
(ex-)werknemer?
7. De heer Grapperhaus noemt de preventieve toets ‘schijnbescherming’. Waarom vindt hij dat?
8. Wie worden in het huidige ontslagrecht beschermd volgens de heer Grapperhaus en wat is het effect daarvan?
9. De heer Paas beweert dat een vaste baan niet altijd zo vast is als hij lijkt. Welke organisatie/welk bedrijf (dat ten tijde van de uitzending veel in de actualiteit was) noemt hij in dit kader als voorbeeld?
10. Wie moeten er volgens de heer Paas ‘geremd’ kunnen worden ‘op hufterigheid’?
11. Wat is volgens de heer Paas voor sommige mensen de enorme steun binnen het huidige ontslagstelsel, die hij hen niet wil afnemen?
Feedback regels
Bij het geven van feedback moet je je houden aan een paar regels.
Niet altijd negatieve feedback proberen te geven.
Beschrijf wat je bedoelt met de feedback die je geeft.
Geef aan wat jij vind van het gedrag van iemand, wat voor effect het heeft op jouw.
Geef de ander de kans om te reageren.
Je kunt advies geven over hoe het beter zou kunnen gaan.
Geef voorbeelden als je het over iets specifieks hebt.
Van mij denken de meeste dat ik heel verlegen ben. Ik snap dat het in de eerst instantie zo overkomt. En daar geef ik ze gelijk in. Ik ben in het begin ook wel wat terughoudend. Ik kijk liever eerst hoe alles is voordat ik echt uit mijn schulp kruip. Maar in het algemeen ben ik best wel een druk persoon en niet zo verlegen.
Ik zou dit kunnen verbeteren door middel van meer enthousiast te zijn. En wat meer spontaner. Dan zou het makkelijker gaat om te communiceren en iemand beter te leren kennen.
Beroepsperspectief
De ouderejaars studenten gaven een presentatie. We moesten van te voren vragen bedenken om aan de studenten te stellen.
Is het moeilijk om een stage plaats te vinden?
Als je op tijd begint met het zoeken van een stage plaats komt het goed.
Is het moeilijk, wordt het steeds moeilijker?
Het is niet moeilijk, niet echt. Als je het interessant vind is het goed te doen. Het is alleen wel veel werk.
Wat wordt er van je verwacht?
Er wordt verwacht dat je de kwaliteiten bezit die en jurist hoort te bezitten. En dat je zelfstandig te werk kunt gaan.
De presentatie was erg verhelderend. Want er werden vragen gesteld en die werden beantwoord door mensen die het echt meemaken op dit moment. Dus je kreeg de waarheid mee. Het was best leerzaam om met studenten zelf te praten omdat je dan een idee krijgt wat je te wachten staat. En zo ben je niet geheel onvoorbereid als je volgend jaar en/of de jaren erop zelf die dingen moet doen die deze studenten nu meemaken.
Voorlichting decaan
Tijdens de voorlichting van de decaan werd verteld hoe de ib-groep in elkaar zat. De decaan vertelde hoe het precies in zijn werking ging. Wat de ib-groep allemaal voor werk verrichtte, waaruit ib-groep bestond. Er werd tevens verteld precies hoeveel je per kalender jaar mocht bijverdienen. Dit kwam uit op 10.527 euro per jaar. Er ook werd uitgelegd hoe je bij de ib-groep een beurs kon aanvragen en over de OV-kaart. Verder werd er verteld dat de diploma termijn 10 jaren zijn. En hoe het puntensysteem van de Haagse hoge school in elkaar zit. Er werd verteld over de ECTS die je in het 1e jaarkan halen, dat zijn er 60. Maar ook dat je er maar 40 nodig hebt om het jaar af te kunnen ronden.
Verder ging het over je studentenstatus: de examencommissie, bestaat uit - O.E.R (onderwijs en examenrecht). Er werd verteld dat er een geldig excuus moet zijn in geval van studievertraging en zittenblijven Geldige excuses mogen bestaan uit bijzondere familie omstandigheden, ziektes enz.
Eind augustus zijn er weer herkansing mogelijkheden van alle vakken die je dit jaar niet gehaald hebt.
Ook werd verteld hoe het ter werk gaat bij een klacht. Bij een klachtenprocedure gaat je klacht als eerste naar de examencommissie en als tweede gaat het naar het college van beroep van de Haagse Hoge school.
Tot slot werd er verteld dat je bij het herkiezen van je studie, bij twijfel en/of studielasten terecht kunt bij het loopcentrum.
Verslag IHR groep
Mijn IHR groepje was over het algemeen best goed. De samenwerking vond ik goed verlopen.
Ik heb gekozen om mijn groepje te analyseren op de Belbin manier.
Ik heb de groep zelf de rollen gegeven waarin ik ze vond passen. Natuurlijk kan je nooit precies zeggen hoe iemand is en kan je diegene niet alle rollen geven met de daarbij behorende eigenschappen. Maar ik heb het geprobeerd voor zover dat lukte.
Roxy
· De afmaker: deze zet anderen aan tot actie. Zijn zorg is orde en efficiëntie. Hij heeft zelfbeheersing maar is ook geneigd om de mensen te veel op te jagen. Hij heeft weinig oog voor het grotere geheel.
Dipti
· De coördinator: deze selecteert onderwerpen die aandacht vragen en vat discussies samen. Hij heeft een goed gevoel voor timing en het vermogen om te enthousiasmeren. Hij kan soms wat manipulerend zijn
Nilam
· De werker: deze zet ideeën om in praktische zaken en voert afspraken op systematische wijze uit. Hij beschikt over realiteitszin, zelfbeheersing en discipline. Daarbij heeft hij de neiging om zich af te sluiten voor ideeën met een vage toepasbaarheid
Lana
· De onderzoeker: deze zoekt naar ideeën buiten de groep, legt contacten met allerlei mensen. Hij brengt vaak nieuwe ideeën in discussies, is extravert en nieuwsgierig. Hij heeft geen natuurlijke neiging om het werk af te maken
Eline
· De groepswerker: deze geeft steun aan teamgenoten, gaat verder met ideeën van anderen en voorkomt storingen in het groepsproces. Hij is gesteld op mensen, kan goed luisteren maar is niet besluitvaardig en wel makkelijk beïnvloedbaar
Amy
· De toetser: deze verheldert graag en bekwaam onduidelijkheden. Hij kan goed kritisch denken en heeft het vermogen om complexiteit te reduceren. Hij heeft wel de neiging om kritisch te zijn en is niet gedreven om anderen te motiveren
Ayan
· De vormgever (specialist): deze zoekt naar patronen in discussies. Stuurt aan op overeenstemming. Hij is gedreven en overtuigd van eigen kunnen. Hij kan anderen makkelijk provoceren en kwetsende uitspraken doen
Ikzelf
· De uitvinder: deze genereert vooral nieuwe ideeën en zoekt naar nieuwe oplossingen. Hij is gevoelig voor lof en kan slecht tegen kritiek. Hij werkt graag op afstand van het team, is soms onpraktisch en kan nog al eens radicale ideeën hebben
Studievragenlijst
1. Ik heb grote moeite studiestof te begrijpen
bijna nooit 1 2 3 4 bijna altijd
2. Ik denk dat ik de studie aan kan.
bijna nooit 1 2 3 4 bijna altijd
3. Tijdens het studeren ga ik geregeld na wat en hoe er gevraagd
wordt op het tentamen/proefwerk.
bijna nooit 1 2 3 4 bijna altijd
4. Ik probeer aan de weet te komen wat en hoe er gevraagd wordt
op het tentamen/proefwerk.
bijna nooit 1 2 3 4 bijna altijd
5. Ik heb grote moeite om studie en vrije tijd te combineren
bijna nooit 1 2 3 4 bijna altijd
6. Ik kan de hoeveelheid studiestof goed verwerken
bijna nooit 1 2 3 4 bijna altijd
7. Ik heb grote moeite om geregeld te werken.
bijna nooit 1 2 3 4 bijna altijd
8. Ik kan goed inschatten wat op tentamens/proefwerk wordt gevraagd.
bijna nooit 1 2 3 4 bijna altijd
9. Tegenslag bij het studeren zie ik als een uitdaging om aan te pakken.
bijna nooit 1 2 3 4 bijna altijd
10. Ik twijfel of ik geschikt ben voor deze studie.
bijna nooit 1 2 3 4 bijna altijd
11. Ik probeer alles van a tot z te leren.
bijna nooit 1 2 3 4 bijna altijd
12. Ik bedenk van te voren hoe ik een studie onderdeel het
beste kan aanpakken.
bijna nooit 1 2 3 4 bijna altijd
13. Ik vind dat zenuwachtigheid op een tentamen er nu eenmaal bij hoort.
bijna nooit 1 2 3 4 bijna altijd.
14. Ik heb vertrouwen in mijn manier van tentamen doen.
bijna nooit 1 2 3 4 bijna altijd.
15. Tijdens het studeren geef ik geregeld in eigen woorden weer
wat ik bestudeerd heb.
bijna nooit 1 2 3 4 bijna altijd
16. Ik toets mijn kennis voor het tentamen door proeftentamens,
overhoren, vragen stellen, e.d.
bijna nooit 1 2 3 4 bijna altijd
17. Ik probeer zoveel mogelijk de studiestof. uit het hoofd te leren.
bijna nooit 1 2 3 4 bijna altijd
18. Persoonlijke moeilijkheden/omstandigheden hinderen mij bij het studeren.
bijna nooit 1 2 3 4 bijna altijd
19. Ik kan de studie- en vrije tijd goed indelen.
bijna nooit 1 2 3 4 bijna altijd.
20. Ik begrijp de studiestof goed.
bijna nooit 1 2 3 4 bijna altijd.
21. De spanning van het tentamen/proefwerk kan ik goed aan.
bijna nooit 1 2 3 4 bijna altijd.
22. Afhankelijk van de tentamen/proefwerkeisen leer ik uit het hoofd of probeer ik te
begrijpen
bijna nooit 1 2 3 4 bijna altijd.
23. De vragen op het tentamen/proefwerk zijn geheel onverwacht voor mij.
bijna nooit 1 2 3 4 bijna altijd.
24. Ik vind de studie interessant.
bijna nooit 1 2 3 4 bijna altijd
25. Ik begin op tijd een tentamen voor te bereiden.
bijna nooit 1 2 3 4 bijna altijd.
26. Door de spanning van het tentamen worden mijn
prestaties verbeterd.
bijna nooit 1 2 3 4 bijna altijd
27. Ik heb plezier in mijn studie.
bijna nooit 1 2 3 4 bijna altijd.
28. Ik probeer zoveel mogelijk de studiestof te begrijpen.
bijna nooit 1 2 3 4 bijna altijd.
29. Ik heb grote moeite met de hoeveelheid studiestof.
bijna nooit 1 2 3 4 bijna altijd.
30. Hoeveel uur per week (les, practica, zelfstudie, etc.) besteedde
je gemiddeld aan de studie? 12 Uur.
Schatting tijdsbesteding
Hoeveel tijd (uren) besteed ik naar schatting gemiddeld per week aan:
9 uur colleges/workshops
3 uur projectwerk
0 uur sport
8 uur reizen
5 uur zelfstudie/huiswerk
18 uur hobby’s en activiteiten
58 uur slapen
18 uur huishoudelijke activiteiten/ eten/ persoonlijke verzorging
11 uur uitgaan
38 uur ontspanning/nietsdoen
0 uur bijbaantjes
Logboek
Naam: Seda Yuksel
Klas: 1c
Studentnummer: 07031564
Datum: 30-11-2007
Logboek 28-11-2007
08.10 Opstaan
08.50 Aankleden en persoonlijke verzorging
08.55 Verlaat huis richting bushalte
09.00 Bus richting Schiedam centrum
09.10 Aankomst Schiedam centrum
09.10 – 09.37 Wachten op trein
09.37 – 10.00 Trein naar Hollands spoor
10.00 – 10.10 Aankomst op school en koffie halen
10.10 – 10.20 Zitten in de aula
10.20 – 10.25 Naar de les lopen
10.30 – 12.00 Hoorcollege bestuursrecht
12.00 – 12.15 Naar de bibliotheek, op blackboard kijken
12.15 – 12.50 Vergadering IHR-2
12.50 – 13.00 Naar de trein
13.00 – 13.20 Naar Rotterdam centraal en aankomst
13.20 – 14.50 Shoppen en lunchen
14.50 – 15.00 Metro richting Schiedam centrum
15.00 – 15.12 Aankomst Schiedam en bus
15.12 – 15.30 Aankomst Thuis
15.30 – 17.10 Pc
17.10 – 18.00 Tv
18.00 – 18.40 Eten
18.40 – 20.00 Pc en huiswerk
20.00 – 20.30 Persoonlijke verzorging
20.30 – 23.00 Tv
23.00 – 09.15 Slapen
Logboek 29-11-2007
09.15 Opstaan
09.15 – 09.50 Aankleden en persoonlijke verzorging
09.55 – 10.00 Naar de bushalte lopen en bus nemen
10.00 – 10.15 Aankomt Schiedam centrum
10.15 – 10.17 Trein
10.17 – 10.45 Aankomst op school
10.45 – 11.15 Zitten in de aula en sheets uitprinten in de bibliotheek
11.15 – 13.00 Hoorcollege staatsrecht
13.00 – 14.30 Werkcollege bestuurskunde
14.30 – 14.45 Naar de trein lopen
14.45 – 15.10 met de trein een aankomst op Schiedam centrum
15.10 -15.17 Op de bus wachten
15.17 – 15.30 Bus en aankomst thuis
15.30 – 16.00 Niets doen en kletsen
16.00 – 17.10 Pc en huiswerk SLB
17.10 – 18.00 Mama helpen met koken
18.00 - 18.35 Eten
18.35 – 19.35 Huiswerk
19.35 – 20.00 Persoonlijke verzorging
20.00 – 23.00 Tv
23.00 Slapen
Kolb test
Je uitslag op de leerstijltest
Je hebt een nadenkende leerstijl.
Dat wil zeggen dat je het liefste leert door goed na te denken. Je gebruikt graag je gezonde verstand en houdt van redeneren. Je analyseert de leerstof aandachtig en probeert de grote verbanden er in te ontdekken. Daardoor kun je goed omgaan met abstracte en, voor anderen vaak onduidelijke, informatie. Omdat je zo slim en kritisch bent, erger je je aan slecht onderbouwde leerstof of docenten wiens verhaal niet sluitend is. Je leerstijl heeft grote voordelen. Je laat je niet verwarren door details, maar blijft oog houden voor het grotere geheel. Daardoor kun jij vaak problemen oplossen die anderen heel moeilijk vinden.
Jouw motto is:Vertrouw op je gezonde verstand!
Tip: Vertrouw je in álle situaties op de nadenkende leerstijl dan kun je tegen jezelf aanlopen. Bijvoorbeeld in situaties waarin je met je handen moet werken of anderszins actief iets moet doen. Probeer in dat geval even goed te ontspannen. Wees niet te bang om fouten te maken en te improviseren. Je zult ontdekken dat 'doen' leuker is dan je denkt.
Beroep of studie:Bij deze leerstijl past elke studie en/of beroep waarin je je intellectueel geprikkeld voelt. Denk bijvoorbeeld aan beroepen zoals wiskundige, accountant, journalist of onderzoeker. Bij studie of werk dat te makkelijk voor je brein is, dut jij in.
En verder:Dat je een nadenkende leerstijl hebt, wil niet zeggen dat je niet op een andere manier kúnt leren of geen andere studies of beroepen kunt doen. Zoals gezegd, beschikken mensen over meerdere leerstijlen. Uit de test kwam dat je minst favoriete stijl de praktische leerstijl is.
Mensen met een praktische leerstijl leren juist het liefst door te doen. Door dingen (met hun handen) uit te proberen, komen zij erachter hoe iets in elkaar steekt en in zijn werk gaat. Ze gaan daarbij vooral op hun gevoel af, zonder meteen heel diep na te denken of te kijken hoe iets moet.

Leerstijlentest van Kolb : de Denker
Voor een denker ligt de nadruk op de (logische) samenhang tussen zaken. Een denker houdt zich het liefst bezig met het vormen van begrippen. Het maken van theoretische modellen is de kracht van de denker. Voor de denker staan nauwkeurigheid, logica en het denken in zuivere, abstracte begrippen op de eerste plaats. Vanuit de (gemaakte) theoretische modellen probeert de denker richting de werkelijkheid te komen.
Optimale leeromgeving:
Zelfstandig leerstof doornemen en dit binnen zijn eigen denkwereld vorm te geven
Orde en rust
De mogelijkheid om achtergrondinformatie te krijgen
Complexe vraagstukken worden als uitdaging gezien
Een duidelijk programma en duidelijke (leer)doelen
Luisteroefening
1. Van welke politieke partij zijn de heren Grapperhaus en Paas?
2. Wat wordt genoemd als het grote struikelblok binnen het onderwerp?
3. Leg uit wat in dit verband met ‘preventieve toetsing’ wordt bedoeld.
4. Tussen welke twee ‘routes’ (het zogenaamde ‘duale stelsel’) kan een werkgever kiezen als hij een werknemer wil ontslaan?
5. Wat is het CWI?
6. Als een ontslag via het CWI verloopt, wordt dan een ontslagvergoeding toegekend aan de
(ex-)werknemer?
7. De heer Grapperhaus noemt de preventieve toets ‘schijnbescherming’. Waarom vindt hij dat?
8. Wie worden in het huidige ontslagrecht beschermd volgens de heer Grapperhaus en wat is het effect daarvan?
9. De heer Paas beweert dat een vaste baan niet altijd zo vast is als hij lijkt. Welke organisatie/welk bedrijf (dat ten tijde van de uitzending veel in de actualiteit was) noemt hij in dit kader als voorbeeld?
10. Wie moeten er volgens de heer Paas ‘geremd’ kunnen worden ‘op hufterigheid’?
11. Wat is volgens de heer Paas voor sommige mensen de enorme steun binnen het huidige ontslagstelsel, die hij hen niet wil afnemen?
Feedback regels
Bij het geven van feedback moet je je houden aan een paar regels.
Niet altijd negatieve feedback proberen te geven.
Beschrijf wat je bedoelt met de feedback die je geeft.
Geef aan wat jij vind van het gedrag van iemand, wat voor effect het heeft op jouw.
Geef de ander de kans om te reageren.
Je kunt advies geven over hoe het beter zou kunnen gaan.
Geef voorbeelden als je het over iets specifieks hebt.
Van mij denken de meeste dat ik heel verlegen ben. Ik snap dat het in de eerst instantie zo overkomt. En daar geef ik ze gelijk in. Ik ben in het begin ook wel wat terughoudend. Ik kijk liever eerst hoe alles is voordat ik echt uit mijn schulp kruip. Maar in het algemeen ben ik best wel een druk persoon en niet zo verlegen.
Ik zou dit kunnen verbeteren door middel van meer enthousiast te zijn. En wat meer spontaner. Dan zou het makkelijker gaat om te communiceren en iemand beter te leren kennen.
Beroepsperspectief
De ouderejaars studenten gaven een presentatie. We moesten van te voren vragen bedenken om aan de studenten te stellen.
Is het moeilijk om een stage plaats te vinden?
Als je op tijd begint met het zoeken van een stage plaats komt het goed.
Is het moeilijk, wordt het steeds moeilijker?
Het is niet moeilijk, niet echt. Als je het interessant vind is het goed te doen. Het is alleen wel veel werk.
Wat wordt er van je verwacht?
Er wordt verwacht dat je de kwaliteiten bezit die en jurist hoort te bezitten. En dat je zelfstandig te werk kunt gaan.
De presentatie was erg verhelderend. Want er werden vragen gesteld en die werden beantwoord door mensen die het echt meemaken op dit moment. Dus je kreeg de waarheid mee. Het was best leerzaam om met studenten zelf te praten omdat je dan een idee krijgt wat je te wachten staat. En zo ben je niet geheel onvoorbereid als je volgend jaar en/of de jaren erop zelf die dingen moet doen die deze studenten nu meemaken.
Voorlichting decaan
Tijdens de voorlichting van de decaan werd verteld hoe de ib-groep in elkaar zat. De decaan vertelde hoe het precies in zijn werking ging. Wat de ib-groep allemaal voor werk verrichtte, waaruit ib-groep bestond. Er werd tevens verteld precies hoeveel je per kalender jaar mocht bijverdienen. Dit kwam uit op 10.527 euro per jaar. Er ook werd uitgelegd hoe je bij de ib-groep een beurs kon aanvragen en over de OV-kaart. Verder werd er verteld dat de diploma termijn 10 jaren zijn. En hoe het puntensysteem van de Haagse hoge school in elkaar zit. Er werd verteld over de ECTS die je in het 1e jaarkan halen, dat zijn er 60. Maar ook dat je er maar 40 nodig hebt om het jaar af te kunnen ronden.
Verder ging het over je studentenstatus: de examencommissie, bestaat uit - O.E.R (onderwijs en examenrecht). Er werd verteld dat er een geldig excuus moet zijn in geval van studievertraging en zittenblijven Geldige excuses mogen bestaan uit bijzondere familie omstandigheden, ziektes enz.
Eind augustus zijn er weer herkansing mogelijkheden van alle vakken die je dit jaar niet gehaald hebt.
Ook werd verteld hoe het ter werk gaat bij een klacht. Bij een klachtenprocedure gaat je klacht als eerste naar de examencommissie en als tweede gaat het naar het college van beroep van de Haagse Hoge school.
Tot slot werd er verteld dat je bij het herkiezen van je studie, bij twijfel en/of studielasten terecht kunt bij het loopcentrum.
Verslag IHR groep
Mijn IHR groepje was over het algemeen best goed. De samenwerking vond ik goed verlopen.
Ik heb gekozen om mijn groepje te analyseren op de Belbin manier.
Ik heb de groep zelf de rollen gegeven waarin ik ze vond passen. Natuurlijk kan je nooit precies zeggen hoe iemand is en kan je diegene niet alle rollen geven met de daarbij behorende eigenschappen. Maar ik heb het geprobeerd voor zover dat lukte.
Roxy
· De afmaker: deze zet anderen aan tot actie. Zijn zorg is orde en efficiëntie. Hij heeft zelfbeheersing maar is ook geneigd om de mensen te veel op te jagen. Hij heeft weinig oog voor het grotere geheel.
Dipti
· De coördinator: deze selecteert onderwerpen die aandacht vragen en vat discussies samen. Hij heeft een goed gevoel voor timing en het vermogen om te enthousiasmeren. Hij kan soms wat manipulerend zijn
Nilam
· De werker: deze zet ideeën om in praktische zaken en voert afspraken op systematische wijze uit. Hij beschikt over realiteitszin, zelfbeheersing en discipline. Daarbij heeft hij de neiging om zich af te sluiten voor ideeën met een vage toepasbaarheid
Lana
· De onderzoeker: deze zoekt naar ideeën buiten de groep, legt contacten met allerlei mensen. Hij brengt vaak nieuwe ideeën in discussies, is extravert en nieuwsgierig. Hij heeft geen natuurlijke neiging om het werk af te maken
Eline
· De groepswerker: deze geeft steun aan teamgenoten, gaat verder met ideeën van anderen en voorkomt storingen in het groepsproces. Hij is gesteld op mensen, kan goed luisteren maar is niet besluitvaardig en wel makkelijk beïnvloedbaar
Amy
· De toetser: deze verheldert graag en bekwaam onduidelijkheden. Hij kan goed kritisch denken en heeft het vermogen om complexiteit te reduceren. Hij heeft wel de neiging om kritisch te zijn en is niet gedreven om anderen te motiveren
Ayan
· De vormgever (specialist): deze zoekt naar patronen in discussies. Stuurt aan op overeenstemming. Hij is gedreven en overtuigd van eigen kunnen. Hij kan anderen makkelijk provoceren en kwetsende uitspraken doen
Ikzelf
· De uitvinder: deze genereert vooral nieuwe ideeën en zoekt naar nieuwe oplossingen. Hij is gevoelig voor lof en kan slecht tegen kritiek. Hij werkt graag op afstand van het team, is soms onpraktisch en kan nog al eens radicale ideeën hebben
SLB Jaar 1 blok 1
SLB Blok 1
Opdracht 1.1
Zoek in de studiegids de 17 competenties en omschrijf deze in eigen woorden. Neem dit op in het SLB-portfolio
Juridisch adviseren
1. Doormiddel van selecteren van juridische relevante feiten en dit zo te formuleren dat in beroepssituaties analyse, tenlastelegging, controle en contra-indicaties makkelijker wordt gemaakt.
Bemiddelen
2. Uitleggen van het juridisch problemen met behulp van de rechtsbronnen wat zorgt voor een mogelijke juridische actie. Dat bij beroepssituatie zorgt voor een analyse van jurisprudentie en een analyse van de nieuwe nationale- en Europese regelgeving.
Belangen behartigen
3. Een beslissing vormen voor een rechtsvraag door middel van juridische argumenten en maatschappelijke factoren. In een beroepssituatie vorm je een beslissing op een ingediende bezwaarschrift,ontwerp je een vonnis en ontwerp je een beslissing die acceptabel is voor alle betrokken partijen.
Reguleren
4. Doormiddel van een diagnose en een beslissing juridische als niet-juridische advies geven. In een beroepssituatie geef je mondeling en schriftelijk juridische advies, financieel en juridisch advies geven en advies geven over het al dan niet toepassen van bestuursdwang.
Juridisch auditten
5. Het verlenen van rechtsbijstand doormiddel van het verzorgen van de juridische belangen. In een beroepssituatie help je bij het ondernemen van juridische stappen, je treedt op als procesgematigde en je stelt processtukken op voor aan te angen of lopende procedures.
Diagnosticeren
6. Het onderhandelen en bemiddelen in een juridisch geschil doormiddel van technieken uit mediation. In beroepssituaties onderhandel je met de betrokken partijen bij een arbeidsgeschil, een geschil tussen belanghebbende handel je af buiten het recht en je helpt bij het opstellen van een echtscheiding.
Overwegen
7. Van de bestaande regelstructuur stel je een nadere regeling in de context. Dit zorgt er voor dat bij beroepssituaties een eigen of andere organisatie reglement op stelt of past bestaande aan met behulp van bestaande modellen.
Je gaat na welke reglementen dienen te worden aangepast en doet een voorstel voor deze aanpassing. Je helpt bij het opstellen van een specifieke CAO voor een bepaalde branche. En het opstellen van een nota dat beleidsvoornemens omvat op basis van een maatschappelijke analyse, landelijke wettelijke kaders en de jurisprudentie over deze kwestie.
Beslissen
8. Op basis van ter beschikking staande materiaal onderzoeken naar een juridische
situatie. In beroepssituaties vertaal je de relevantie van nieuwe regelgeving in instructies voor aanpassing van bedrijfsprossen. Toets bij een bedrijf/klant of de pensioenregelingen in de contracten voldoen aan de wettelijke normen. Onderzoeken in hoeverre het middenmanagement houdt aan de regels die zijn gesteld.
Dossiermanagement
9. Aanleggen en beheren van het juridische dossier.
In beroepssituaties beoordeel
je de juridische en inhoudelijke aspecten van processtukken en ontwerpt een behandeling. Je bewaakt de termijnen waarbinnen beslist moet worden over de verlening van voorarrest. Je zorgt voor de inrichting van zaken en beroepsprocedures zodat behandeling ervan op elk moment kan worden overgenomen.
Informatie management
10. Via juridische databanken raadplegen en selecteren van het recht hierdoor doe je enkele bijdragen aan de totstandkoming en optimalisering van een juridisch informatiesysteem in de eigen organisatie. In een beroepssituatie draag je bij aan de totstandkoming van een optimaal juridisch informatiesysteem. Het maken van een analyse van de nieuwe jurisprudentie. Het opstellen van een nieuwsbrief waarin je de nieuwe rechtsontwikkelingen op de hoogte stelt. Het doen van jurisprudentieonderzoek. Selecteren van alle relevante jurisprudentie uit de databanken.
Kwaliteitsmanagement
11. Kwaliteit van de rechtstoepassing verbeteren doormiddel van het maken van een analyse van de kwaliteitsaspecten en adviezen opstellen voor verbetering ervan. In beroepssituaties geef je advies over hoe een aanvraagformulier naadloos aansluit bij de laatste regelgeving. Door verbetering van Internet zijn alle relevante juridische informatie snel en doeltreffend toegankelijk. En het ontwikkelen van een scholingsplan op juridisch terrein.
Brede multidisciplinaire basis
12. Bij het zelfstandig en actief uitvoeren van de taken actuele en meer vakken of takken van wetenschap inzetten van een beginnende beroepsbeoefenaar.
Sociaalcommunicatieve competentie
13. Samenwerken door middel van intern en extern communicatie en leiding geven aan projecten. Dit gebeurt in multidisciplinaire, multiculturele en internationale omgeving.
Zelfsturende competentie
14. Bij de ingezeten competenties in uiteenlopende situaties zelfstandig, actief en planmatig handelen en reflecteren.
Probleemgerichte competentie
15. Bij het oplossen van complexe problemen in de beroepspraktijk pas je relevante competenties dit zijn kennis en inzicht bij het definiëren, analyseren en oplossen.
Methodische en reflectieve competentie
16. Verzamelen en analyseren van relevante informatie doormidden van het kunnen opzetten en uitvoeren van praktisch onderzoek.
Professionalisering
17. In uiteenlopende beroepssituaties en voortdurend professionaliseren van de eigen beroepsuitoefening functioneren competenties.
Opdracht 1.2
Bij een jurist horen de woorden:
Wetboeken
Competentie 10 Juridisch databank
Rechtbank
Competentie 8 Beslissen
Casus
Competentie 12 Brede multidisciplinaire basis
Rechter
Competentie 3 Belangen behartigen
Advocaat
Competentie 2 Bemiddelen
Rechten
Competentie 12 Brede multidiscipline basis
Cliënten
Competentie 3 Belangen behartigen
Advocaat en procureur
Competentie 13 Sociaalcommunicatieve competentie
Opdracht 1.6:
• Kies een spreekwoord of een gezegde uit welke betrekking heeft op jouw persoon (volgens jouw eigen mening of misschien wel volgens anderen)
• Geef aan wat de kernwaarden zijn van het desbetreffende spreekwoord.
o Zoek bij het spreekwoord persoonlijke en concrete situaties waarin deze waarden ‘zichtbaar’ zijn.
• Voer vervolgens een zelfreflectie uit:
o Ben ik tevreden met deze omschrijving
o Is er een (onderliggende) oorzaak waarom deze waarden bij mij spelen?
Moet ik actie ondernemen om ‘iets’ te veranderen, etc.
-Stille wateren hebben diepe gronden
Alleen omdat een persoon heel stil is betekent dat nog niet dat die persoon ook altijd stil blijft. Op een bepaald moment zal hij/zij ook gaan spreken.
Dit spreekwoord past wel bij mij, ik hoor ook van anderen dat het bij me past. Het komt omdat ik vaak stil en verlegen ben. Maar eigenlijk is dat niet zo. Als je me beter leert kennen weet je dat ik niet zo verlegen ben. Er zijn momenten wanneer ik ook gezellig mee doe.
Ik vind dat het spreekwoord wel bij me past en ben daar wel tevreden mee. Ik hoor vaak van mensen dat ze dachten dat ik best rustig was. Maar nadat ze me iets beter leren kennen weten ze dat het helemaal niet zo is. Ik vind dat je eerst moet nadenken voordat je iets zegt. Want gezegd is gezegd en kan niet meer terug genomen worden. Daarom denk ik meestal goed na voordat ik spreek.
Soms ben ik ook wel verlegen maar meestal kom ik wel uit mijn schulp en doe ik gewoon mee.
Wat ik zou kunnen veranderen is dat ik meer spontaan mee doe en spontaner wordt. Dat zou best goed zijn omdat je vaak ook met een groep werkt en is het beter als iedereen gezellig mee doet.
Opdracht 1.7 Zelfreflectie
Voer de opdracht uit aan de hand van onderstaande vragen en neem dit op in het portfolio
Reflectie op behandelde vaardigheid
1 Kies uit de lesstof die je de afgelopen week hebt behandeld een vaardigheid.
2 Benoem de belangrijkste aspecten van die vaardigheid.
3 Formuleer aan de hand van de aspecten hoe jij de vaardigheid hanteert.
4 Toon aan met behulp van stap 3, in welke mate je de vaardigheid beheerst.
Wat gaat goed? Wat kan beter? Wat is het effect van jouw handelen op een ander?
Geef hierbij twee voorbeelden uit de lessituatie en twee voorbeelden uit je privé-situatie.
1) Het analyseren van een artikel.
Het belangrijkste aspect van het analyseren van een artikel is het vinden van een rechtgevolg. Daarnaast het opsommen van de voorwaarden en kunnen bepalen of de voorwaarden cumulatief, alternatief of een combinatie van cumulatief en alternatief zijn.
3) Het analyseren van een wetsartikel zorgt ervoor dat jet het artikel goed leest en begrijpt. Door de opsomming van de voorwaarden kan je precies zien hoe je een casus op moet lossen en of het aan het eisen voldoet.
4) Het vinden van een rechtgevolg gaat best goed. Meestal zie ik gelijk wat het rechtsgevolg is en schrijf ik hem zonder moeite over. Het opsommen van de voorwaarden kan beter. Vaak lees ik te snel en sla ik voorwaarden over. Bepalen of de voorwaarden cumulatief, alternatief of een combinatie van beide is gaat ook goed. Daar heb ik verder geen moeite mee.
Doordat we allemaal fouten maken en de leraar ons corrigeert leren we daar van en maken we dezelfde fout niet nog eens. Als een medeleerling om uitleg vraagt luistert iedereen mee en zo weten we het ook. Doordat je ook vragen stelt aan je medeleerlingen en hun fouten verbetert en andersom, leer je daar meer van. Vaak hebben ze nog tips hoe je iets het best kunt begrijpen. Misschien omdat ze zelf het beste op die manier begrijpen. Zo ga je ook beter naar jezelf kijken en proberen niet fouten te maken die je al gemaakt hebt en leer je van je fouten.
Opdracht 1.1
Zoek in de studiegids de 17 competenties en omschrijf deze in eigen woorden. Neem dit op in het SLB-portfolio
Juridisch adviseren
1. Doormiddel van selecteren van juridische relevante feiten en dit zo te formuleren dat in beroepssituaties analyse, tenlastelegging, controle en contra-indicaties makkelijker wordt gemaakt.
Bemiddelen
2. Uitleggen van het juridisch problemen met behulp van de rechtsbronnen wat zorgt voor een mogelijke juridische actie. Dat bij beroepssituatie zorgt voor een analyse van jurisprudentie en een analyse van de nieuwe nationale- en Europese regelgeving.
Belangen behartigen
3. Een beslissing vormen voor een rechtsvraag door middel van juridische argumenten en maatschappelijke factoren. In een beroepssituatie vorm je een beslissing op een ingediende bezwaarschrift,ontwerp je een vonnis en ontwerp je een beslissing die acceptabel is voor alle betrokken partijen.
Reguleren
4. Doormiddel van een diagnose en een beslissing juridische als niet-juridische advies geven. In een beroepssituatie geef je mondeling en schriftelijk juridische advies, financieel en juridisch advies geven en advies geven over het al dan niet toepassen van bestuursdwang.
Juridisch auditten
5. Het verlenen van rechtsbijstand doormiddel van het verzorgen van de juridische belangen. In een beroepssituatie help je bij het ondernemen van juridische stappen, je treedt op als procesgematigde en je stelt processtukken op voor aan te angen of lopende procedures.
Diagnosticeren
6. Het onderhandelen en bemiddelen in een juridisch geschil doormiddel van technieken uit mediation. In beroepssituaties onderhandel je met de betrokken partijen bij een arbeidsgeschil, een geschil tussen belanghebbende handel je af buiten het recht en je helpt bij het opstellen van een echtscheiding.
Overwegen
7. Van de bestaande regelstructuur stel je een nadere regeling in de context. Dit zorgt er voor dat bij beroepssituaties een eigen of andere organisatie reglement op stelt of past bestaande aan met behulp van bestaande modellen.
Je gaat na welke reglementen dienen te worden aangepast en doet een voorstel voor deze aanpassing. Je helpt bij het opstellen van een specifieke CAO voor een bepaalde branche. En het opstellen van een nota dat beleidsvoornemens omvat op basis van een maatschappelijke analyse, landelijke wettelijke kaders en de jurisprudentie over deze kwestie.
Beslissen
8. Op basis van ter beschikking staande materiaal onderzoeken naar een juridische
situatie. In beroepssituaties vertaal je de relevantie van nieuwe regelgeving in instructies voor aanpassing van bedrijfsprossen. Toets bij een bedrijf/klant of de pensioenregelingen in de contracten voldoen aan de wettelijke normen. Onderzoeken in hoeverre het middenmanagement houdt aan de regels die zijn gesteld.
Dossiermanagement
9. Aanleggen en beheren van het juridische dossier.
In beroepssituaties beoordeel
je de juridische en inhoudelijke aspecten van processtukken en ontwerpt een behandeling. Je bewaakt de termijnen waarbinnen beslist moet worden over de verlening van voorarrest. Je zorgt voor de inrichting van zaken en beroepsprocedures zodat behandeling ervan op elk moment kan worden overgenomen.
Informatie management
10. Via juridische databanken raadplegen en selecteren van het recht hierdoor doe je enkele bijdragen aan de totstandkoming en optimalisering van een juridisch informatiesysteem in de eigen organisatie. In een beroepssituatie draag je bij aan de totstandkoming van een optimaal juridisch informatiesysteem. Het maken van een analyse van de nieuwe jurisprudentie. Het opstellen van een nieuwsbrief waarin je de nieuwe rechtsontwikkelingen op de hoogte stelt. Het doen van jurisprudentieonderzoek. Selecteren van alle relevante jurisprudentie uit de databanken.
Kwaliteitsmanagement
11. Kwaliteit van de rechtstoepassing verbeteren doormiddel van het maken van een analyse van de kwaliteitsaspecten en adviezen opstellen voor verbetering ervan. In beroepssituaties geef je advies over hoe een aanvraagformulier naadloos aansluit bij de laatste regelgeving. Door verbetering van Internet zijn alle relevante juridische informatie snel en doeltreffend toegankelijk. En het ontwikkelen van een scholingsplan op juridisch terrein.
Brede multidisciplinaire basis
12. Bij het zelfstandig en actief uitvoeren van de taken actuele en meer vakken of takken van wetenschap inzetten van een beginnende beroepsbeoefenaar.
Sociaalcommunicatieve competentie
13. Samenwerken door middel van intern en extern communicatie en leiding geven aan projecten. Dit gebeurt in multidisciplinaire, multiculturele en internationale omgeving.
Zelfsturende competentie
14. Bij de ingezeten competenties in uiteenlopende situaties zelfstandig, actief en planmatig handelen en reflecteren.
Probleemgerichte competentie
15. Bij het oplossen van complexe problemen in de beroepspraktijk pas je relevante competenties dit zijn kennis en inzicht bij het definiëren, analyseren en oplossen.
Methodische en reflectieve competentie
16. Verzamelen en analyseren van relevante informatie doormidden van het kunnen opzetten en uitvoeren van praktisch onderzoek.
Professionalisering
17. In uiteenlopende beroepssituaties en voortdurend professionaliseren van de eigen beroepsuitoefening functioneren competenties.
Opdracht 1.2
Bij een jurist horen de woorden:
Wetboeken
Competentie 10 Juridisch databank
Rechtbank
Competentie 8 Beslissen
Casus
Competentie 12 Brede multidisciplinaire basis
Rechter
Competentie 3 Belangen behartigen
Advocaat
Competentie 2 Bemiddelen
Rechten
Competentie 12 Brede multidiscipline basis
Cliënten
Competentie 3 Belangen behartigen
Advocaat en procureur
Competentie 13 Sociaalcommunicatieve competentie
Opdracht 1.6:
• Kies een spreekwoord of een gezegde uit welke betrekking heeft op jouw persoon (volgens jouw eigen mening of misschien wel volgens anderen)
• Geef aan wat de kernwaarden zijn van het desbetreffende spreekwoord.
o Zoek bij het spreekwoord persoonlijke en concrete situaties waarin deze waarden ‘zichtbaar’ zijn.
• Voer vervolgens een zelfreflectie uit:
o Ben ik tevreden met deze omschrijving
o Is er een (onderliggende) oorzaak waarom deze waarden bij mij spelen?
Moet ik actie ondernemen om ‘iets’ te veranderen, etc.
-Stille wateren hebben diepe gronden
Alleen omdat een persoon heel stil is betekent dat nog niet dat die persoon ook altijd stil blijft. Op een bepaald moment zal hij/zij ook gaan spreken.
Dit spreekwoord past wel bij mij, ik hoor ook van anderen dat het bij me past. Het komt omdat ik vaak stil en verlegen ben. Maar eigenlijk is dat niet zo. Als je me beter leert kennen weet je dat ik niet zo verlegen ben. Er zijn momenten wanneer ik ook gezellig mee doe.
Ik vind dat het spreekwoord wel bij me past en ben daar wel tevreden mee. Ik hoor vaak van mensen dat ze dachten dat ik best rustig was. Maar nadat ze me iets beter leren kennen weten ze dat het helemaal niet zo is. Ik vind dat je eerst moet nadenken voordat je iets zegt. Want gezegd is gezegd en kan niet meer terug genomen worden. Daarom denk ik meestal goed na voordat ik spreek.
Soms ben ik ook wel verlegen maar meestal kom ik wel uit mijn schulp en doe ik gewoon mee.
Wat ik zou kunnen veranderen is dat ik meer spontaan mee doe en spontaner wordt. Dat zou best goed zijn omdat je vaak ook met een groep werkt en is het beter als iedereen gezellig mee doet.
Opdracht 1.7 Zelfreflectie
Voer de opdracht uit aan de hand van onderstaande vragen en neem dit op in het portfolio
Reflectie op behandelde vaardigheid
1 Kies uit de lesstof die je de afgelopen week hebt behandeld een vaardigheid.
2 Benoem de belangrijkste aspecten van die vaardigheid.
3 Formuleer aan de hand van de aspecten hoe jij de vaardigheid hanteert.
4 Toon aan met behulp van stap 3, in welke mate je de vaardigheid beheerst.
Wat gaat goed? Wat kan beter? Wat is het effect van jouw handelen op een ander?
Geef hierbij twee voorbeelden uit de lessituatie en twee voorbeelden uit je privé-situatie.
1) Het analyseren van een artikel.
Het belangrijkste aspect van het analyseren van een artikel is het vinden van een rechtgevolg. Daarnaast het opsommen van de voorwaarden en kunnen bepalen of de voorwaarden cumulatief, alternatief of een combinatie van cumulatief en alternatief zijn.
3) Het analyseren van een wetsartikel zorgt ervoor dat jet het artikel goed leest en begrijpt. Door de opsomming van de voorwaarden kan je precies zien hoe je een casus op moet lossen en of het aan het eisen voldoet.
4) Het vinden van een rechtgevolg gaat best goed. Meestal zie ik gelijk wat het rechtsgevolg is en schrijf ik hem zonder moeite over. Het opsommen van de voorwaarden kan beter. Vaak lees ik te snel en sla ik voorwaarden over. Bepalen of de voorwaarden cumulatief, alternatief of een combinatie van beide is gaat ook goed. Daar heb ik verder geen moeite mee.
Doordat we allemaal fouten maken en de leraar ons corrigeert leren we daar van en maken we dezelfde fout niet nog eens. Als een medeleerling om uitleg vraagt luistert iedereen mee en zo weten we het ook. Doordat je ook vragen stelt aan je medeleerlingen en hun fouten verbetert en andersom, leer je daar meer van. Vaak hebben ze nog tips hoe je iets het best kunt begrijpen. Misschien omdat ze zelf het beste op die manier begrijpen. Zo ga je ook beter naar jezelf kijken en proberen niet fouten te maken die je al gemaakt hebt en leer je van je fouten.
Subscribe to:
Comments (Atom)
